Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.9

Artikel 6.9.2

Kwaliteit en besteding pgb aan wie

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp Urk 2022

Jeugdhulp door personen die behoren tot het sociaal netwerk Personen behorend tot het sociaal netwerk van de jeugdige en/of zijn ouder(s) worden niet als professionele jeugdhulpverlener aangemerkt, tenzij sprake is van een ZZP-er of een dienstverband bij een professionele organisatie. De jeugdige en/of zijn ouder(s) zal allereerst zijn keus om met het pgb iemand uit het sociale netwerk in te schakelen moeten motiveren. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: De jeugdige en/of zijn ouder(s) kan zijn keus om de betreffende persoon uit het sociaal netwerk in te schakelen voldoende motiveren (zie ook bij pgb-vaardigheid). De persoon uit het sociale netwerk heeft op geen enkele wijze druk uitgeoefend op de jeugdige of zijn ouder(s) bij de besluitvorming. Dat wil zeggen de jeugdige en/of zijn ouder(s) mag niet door deze persoon worden beïnvloed (zie ook bij pgbvaardigheid). Het ligt voor de hand dat de gemeente een gesprek heeft met de jeugdige en/of zijn ouder(s) zonder dat de betreffende persoon uit het sociale netwerk daarbij aanwezig is. De gemeente kan er voor zorgen dat de jeugdige en/of zijn ouder(s) bij dat gesprek gebruik kan maken van een onafhankelijke cliëntondersteuner. De persoon uit het sociale netwerk is in staat is om de noodzakelijke jeugdhulp te bieden. En zo ja, waar blijkt dat uit? Het is voldoende aannemelijk dat de persoon aan wie het pgb wordt besteed niet overbelast is of dreigt te geraken. De persoon uit het sociale netwerk kan de omvang/intensiteit van de jeugdhulp bieden. Denk in dit geval aan de 40-urige werkweek die deze persoon heeft. Reguliere werkzaamheden, maar ook andere activiteiten kunnen daarbij een rol spelen. De kwaliteit van de jeugdhulp is voldoende gewaarborgd. Naar gelang de mate van beperkingen (kwetsbaarheid) van de jeugdige zullen de kwaliteitseisen in het algemeen strenger mogen zijn. Of voldoende professionele distantie aanwezig is. Dit kan een belangrijke rol spelen bij het bereiken van het resultaat. Zo kan te veel (emotionele) betrokkenheid van de persoon uit het sociale netwerk een negatief effect hebben op de relatie tussen de jeugdige en degene die de jeugdhulp biedt. De jeugdige kan daardoor ook (te) afhankelijk worden van de persoon uit het sociale netwerk. Opgemerkt wordt dat deze beleidsregels eisen stellen aan de jeugdhulp als het pgb wordt besteed aan een persoon uit het sociaal netwerk (5.6). Bedenk ook dat de ouder(s) degenen kunnen zijn aan het wie het pgb wordt besteed. Het belang van de jeugdige en/of zijn ouder(s) die met een pgb eigen regie wil behouden staat altijd voorop. Bevorderen autonomie jeugdige De wet is er onder meer op gericht om te zorgen dat de jeugdige kan groeien naar zelfstandigheid. In het algemeen is het zo dat jeugdigen daarvoor ook ‘los’ moeten komen van hun ouder(s). Afhankelijk van de fase van de ontwikkeling van de jeugdige (en zijn beperkingen) kan daarvoor professionele deskundigheid nodig zijn. Dit om bijvoorbeeld de autonomie te bevorderen. De gemeente beoordeelt of besteding van het pgb aan de ouder(s) in de weg staat (kan staan) aan het groeien naar zelfstandigheid. Kwaliteit: besteding pgb professionele jeugdhulpverlener Het kan gaan om een derde die in dienst is bij een professionele organisatie of als ZZP-er werkzaam is. De gemeente beoordeelt in ieder geval of: De jeugdhulp aansluit aan bij de vastgestelde stoornissen of problemen van de jeugdige. De jeugdhulpverlener beschikt over een relevante opleiding. De opleidingseis zal kunnen verschillen naar gelang de aard van de geïndiceerde jeugdhulp. De jeugdhulpverlener beschikt over een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). Deze verklaring mag in principe niet ouder zijn dan drie maanden voorafgaand aan de aanvang van de jeugdhulp. De jeugdhulpverlener de omvang/intensiteit van de jeugdhulp kan bieden. Deze vraag zal zich voornamelijk voordoen bij ZZP-ers. Die zullen namelijk ook door andere budgethouder(s) kunnen worden ingekocht. Denk in dit geval aan de 40-urige werkweek. De beoogde jeugdhulpverlener niet al (te) lang betrokken is bij de jeugdige, zijn gezin en/of personen uit het sociaal netwerk. Dat wil zeggen dat de gemeente onderzoek doet naar de vraag of er nog wel sprake is van voldoende professionele distantie om het resultaat te bereiken. Dat kan bijvoorbeeld blijken uit het ontbreken van voortuitgang in het behalen daarvan. Professionele distantie Bij een indicatie voor behandeling of specialistische jeugdhulp is het niet toegestaan het pgb te besteden aan een persoon uit het sociaal netwerk. Dat laat onverlet dat de gemeente ook in andere gevallen beoordeelt of er sprake is van voldoende professionele distantie tussen de derde aan wie het pgb wordt besteed en de jeugdige en/of zijn ouder(s). Dat wil onder meer zeggen dat het niet de bedoeling is dat de ‘betrokken partijen’ (te veel) aan elkaar hechten. Afhankelijk van de mate van de beperkingen van de jeugdige kan deze professionele distantie een belangrijke rol spelen bij het behalen van het resultaat dat met de jeugdhulp moet worden bereikt. Zo kan te veel emotionele betrokkenheid van de jeugdhulpverlener een negatief effect hebben op de relatie jeugdige-jeugdhulpverlener. De jeugdige kan ook (te) afhankelijk worden van de jeugdhulpverlener. De gemeente beoordeelt of de jeugdhulpverlener handelt volgens de geldende professionele standaard die geldt in de beroepsgroep. Ook kan het voorkomen dat de beoogde ondersteuner al (te) lang betrokken is bij de jeugdige en/of zijn gezinssysteem. Dat kan de professionele kijk op de jeugdige vertroebelen. Ook in die gevallen zal de gemeente moeten beoordelen of nog gesproken kan worden van voldoende professionele distantie met het oog op de kwaliteit van de jeugdhulp. De ouder(s) vallen ook onder het sociaal netwerk.

Rechtspraak bij dit artikel