Naar hoofdinhoud
10.1. Naast de verplichtingen op grond van artikel 12 van de ASV 2022, zijn aan de subsidie bedoeld in artikel 3 de volgende verplichtingen verbonden: 10.1.1 De subsidieontvanger voldoet aan alle voorschriften voor de basiskwaliteit van kinderopvang, gesteld bij of krachtens de wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang; 10.1.2 De subsidieontvanger voldoet voor subsidie als bedoeld in artikel 3 lid a en b aan de eisen zoals gesteld in de AMvB Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. 10.2. In aanvulling op de verplichtingen als genoemd in 10.1, zijn aan de subsidie voor het aanbieden van peuteropvang de volgende verplichtingen verbonden: 10.2.1 De aanbieder biedt activiteiten die zijn gericht op spelend leren; 10.2.2 Door de aanbieder wordt niet meer dan maximaal 8 uur aan gesubsidieerde uren per week opgenomen in de verantwoording; 10.2.3 De aanbieder levert per halfjaar, vanaf dat de subsidie is ingegaan, gegevens aan over de peuterplaatsen in de kinderopvang met het door de gemeente aangeleverde registratieformulier. 10.3. In aanvulling op de verplichtingen als genoemd in artikel 10.1, zijn aan de subsidie voor het aanbieden van VE aan geïndiceerde peuters door de GGD/JGZ, de volgende verplichtingen verbonden: 10.3.1 De aanbieder draagt zorg voor een overeenkomst met de ouders die dienend is voor de subsidie verantwoording; 10.3.2 De aanbieder kinderopvangorganisatie heeft een samenwerkingsrelatie met minimaal 1 basisschool in de gemeente. Dit is een wederkerige samenwerking tussen kinderopvangorganisatie en basisschool; 10.3.3 De doorgaande lijn van voorschoolse educatie naar vroegschoolse educatie is hierdoor vastgelegd in afspraken tussen de gesubsidieerde kinderopvang en de basisschool. Deze afspraken betreffen minimaal de warme overdracht, benaderingswijze van ouders (rol van de ouder en de ouderbetrokkenheid); 10.3.4 De gesubsidieerde kinderopvangorganisatie heeft afspraken met de GGD/JGZ als toeleidende organisatie van geïndiceerde peuters. 10.3.4.1 vooraf aan de start en gedurende het aanbod VE aan geïndiceerde peuters, is er een structureel wederkerige samenwerking tussen GGD/JGZ en de aanbieder over de voortgang van de geïndiceerde peuter met de GGD/JGZ. 10.4. De aanbieder kinderopvang is deelnemer aan de werkgroep 0-6 in de gemeente. 10.5. De aanbieder kinderopvang neemt deel aan de monitoringscyclus van VVE-beleid in de gemeente. 10.6. De gesubsidieerde kinderopvangorganisatie draagt mede zorg voor een wederkerige afstemming met de GGD/JGZ en heeft structureel contact met stichting sociaal team. 10.6.1 De gesubsidieerde kinderopvangorganisatie is bekend met en handelt in relatie tot het beleidskader ‘Vanzölf saomen’, waaronder het regenboogmodel. 10.7. De aanbieder kinderopvang draagt zorg voor een verdeling van 16 uur VE-aanbod in de week over minimaal 3 dagen in de week. 10.8. De aanbieder draagt zorg voor uitvoering van onder artikel 3a, 5,7 en 8.4 genoemde activiteit (PBM VE) dat voldoet aan de eisen, gesteld in de wet (Staatsblad 2019, 315), ten aanzien van de geïndiceerde peuters. 10.9. De aanbieder levert per halfjaar, vanaf dat de subsidie is ingegaan, (uiterlijk twee weken na afloop van het halfjaar) gegevens aan over het aantal unieke geïndiceerde peuters dat gebruik maakt van een VE-peuterplaats op het door de gemeente aangeleverde registratieformulier, ook al is dat in 2022 niet gebeurd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel