**1..** Het algemene doel van het inzetten van voorzieningen is de afstand tot het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid te verkleinen, te overbruggen of het bevorderen van maatschappelijke participatie.
**2..** Het college werkt volgens de Samenwerkwijze en houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een inwoner. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die inwoner en de mogelijkheid dat deze behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan:
de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar; en
de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg.
**3..** Het college biedt de voorziening aan die het meest bijdraagt aan een duurzaam resultaat. Als meerdere voorzieningen hieraan in dezelfde mate bijdragen wordt de goedkoopst adequate voorziening aangeboden. Het college houdt bij het voorzieningenaanbod rekening met andere voorzieningen die in het kader van het sociaal domein beschikbaar zijn en stemt het aanbod, als dat nodig is, intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de inwoner. Het college houdt bij de afstemming ook rekening met voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen en legt dit vast in een plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a van de wet.
**4..** Het college kan een voorziening weigeren als:
de inwoner voor wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep;
de inwoner onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening;
de inwoner een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening;
de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of
er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.
**5..** Het college kan een voorziening beëindigen als:
de inwoner die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt;
de inwoner die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep;
de inwoner die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet;
de voorziening naar het oordeel van het college niet langer voldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling;
de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de inwoner die gebruik maakt van de voorziening;
de inwoner die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; of
de inwoner die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening
**6..** Het college kan nadere regels stellen voor de aangeboden voorzieningen.
**7..** De regels, als bedoeld in het zesde lid, kunnen in ieder geval betrekking hebben op de:
voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden;
duur van de voorziening;
weigeringsgronden van een voorziening;
aanvraag van, en de besluitvorming over een voorziening;
betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten op deze subsidies;
wijze van verlening en vaststelling van subsidies;
overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verlenen van subsidies.
Hoofdstuk 2.
Artikel 3.
Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet Land van Cuijk 2023