Naar hoofdinhoud
Door de gemeente Vaals worden jaarlijks veel omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen verleend. Veelal wordt er snel en binnen de wettelijke termijn van één jaar uitvoering gegeven aan de omgevingsvergunning door middel van bouwwerkzaamheden. Het komt echter ook voor dat er geen of pas na een lange tijd gebruik wordt gemaakt van een verleende omgevingsvergunning. Het ongebruikt laten voortbestaan van bouwrechten die zijn verkregen uit omgevingsvergunningen is om de navolgende redenen ongewenst: Ten eerste moet worden voorkomen dat (nieuwe) planologische en stedenbouwkundige inzichten doorkruist worden door nog te bouwen objecten die in het verleden zijn vergund maar nog niet zijn gerealiseerd. Ten tweede moet worden voorkomen dat nieuwe, nog te bouwen objecten worden gerealiseerd naar verouderde bouwtechnische inzichten ten gevolge van omgevingsvergunningen die in het verleden verleend zijn. Ten derde kunnen omwonenden in principe geen rechtsmiddelen meer aanwenden tegen oude “bouwrechten” waarmee zij dan alsnog na langere tijd (soms zelfs jaren) ná het besluit tot vergunningverlening worden geconfronteerd. Als laatste is het vanuit administratief oogpunt gewenst dat het gemeentelijk bouwarchief (archiefkasten met lopende dossiers) zoveel als mogelijk overeenstemt met de feitelijke situatie. Gelet op de voornoemde problematiek is het wenselijk om met gebruikmaking van de wettelijke mogelijkheid daartoe de omgevingsvergunning na verloop van een bepaalde periode, in te trekken. In deze beleidsregel zal ingegaan worden op de wettelijke mogelijkheid om aan de omgevingsvergunning een geldigheidsduur te koppelen en de bevoegdheid van burgemeester en wethouders om omgevingsvergunningen in te (kunnen) trekken. Tijdelijke omgevingsvergunningen die middels artikel 5.36 van de Omgevingswet zijn verleend, worden in deze beleidsregel buiten beschouwing gelaten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel