Naar hoofdinhoud
Gelet op het bovenstaande zal daarom het volgende beleid worden gehanteerd: Bij financiële motieven wordt éénmalig een uitstel van 26 weken verleend voor het starten/ verder gaan met de bouwwerkzaamheden. Het verzoek tot uitstel moet echter wel deugdelijk onderbouwd zijn. In perioden van economische recessie kan in plaats van 26 weken éénmalig een uitstel van 1 jaar worden verleend. Indien er sprake is van een familiare kwestie (scheiding, overlijden, ziekten en dergelijke), welke aanleiding geeft tot het afzien van het intrekken van de omgevingsvergunning, moet dit eveneens op een kenbare en aantoonbare wijze moeten worden onderbouwd, hetgeen uiteindelijk aan burgemeester en wethouders is om dat te bepalen. Bijkomend probleem is wel dat, ingeval de intentie bestaat om af te zien van intrekking, niet vaststaat of, en zo ja binnen welke termijn, alsnog gebruik wordt gemaakt van de omgevingsvergunning. Teneinde te voorkomen dat de omgevingsvergunning vervolgens een langere periode ongebruikt blijft, moet per individueel geval een redelijke termijn (minimaal 26 weken en maximaal één jaar) worden gesteld waarbinnen alsnog gebruik moet worden gemaakt van de omgevingsvergunning. Vergunninghouder kan nadien, in uitzonderlijke situaties die aantoonbaar moeten worden onderbouwd, nogmaals om uitstel verzoeken, zij het dat de totale termijn waarvoor uitstel wordt verleend, nooit meer dan 2 jaar bedraagt. Onderstaand is de procedure tot het intrekken van de omgevingsvergunning nader uitgewerkt.

Rechtspraak bij dit artikel