stap 1
Indien niet binnen één jaar na onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning begonnen is met de bouwwerkzaamheden of, indien men wel al met de bouwwerkzaamheden was begonnen, gedurende deze periode een oponthoud plaatsvindt van de werkzaamheden, zal aan vergunning- houder een brief worden toegezonden betreffende het voornemen tot intrekken van de omgevingsvergunning. Van deze termijn kan worden afgeweken als bijzondere omstandigheden daartoe nopen. In de brief waarin het voornemen tot intrekken kenbaar wordt gemaakt, krijgt de vergunninghouder vier weken de tijd om daarop te reageren middels het indienen van een zienswijze.
Stap 2
Indien de vergunninghouder niet of niet binnen vier weken reageert op de brief betreffende het voornemen tot intrekking, dan de omgevingsvergunning intrekken en de procedure afronden.
Stap 3
Ingeval de vergunninghouder wel (tijdig) reageert op het voornemen tot intrekking, dan de argumenten beoordelen. Als de conclusie is dat de argumenten niet steekhoudend zijn, dan besluiten tot het intrekken van de omgevingsvergunning en de procedure afronden.
Stap 4
Als de conclusie is dat de argumenten wel steekhoudend zijn, dan schriftelijk meedelen dat wordt afgezien van het intrekken van de omgevingsvergunning. In de brief wordt een termijn gesteld waarbinnen begonnen moet zijn met bouwwerkzaamheden.
Artikel 5.
Stappenplan
Onderdeel van Beleidsregel intrekken omgevingsvergunning voor de technische bouwactiviteit