** 1. .** In aanvulling op artikel 10 kan een cliënt na onderzoek begeleiding groep krijgen als hij ook voldoet aan het volgende:
de cliënt ondervindt beperkingen in zelfredzaamheid en/of participatie en door deelname aan begeleiding groep verbetert of behoudt cliënt de zelfredzaamheid en participatie, worden de vaardigheden van de cliënt behouden en wordt achteruitgang voorkomen, en;
de cliënt kan (nog) geen (aangepast) werk of vrijwilligerswerk verrichten;
de cliënt beschikt (nog) niet over arbeidsvermogen, of;
de cliënt moet zonder dagactiviteiten verblijven in een instelling of verwaarloost thuis, en;
de verwachting is dat cliënt in groepsverband beter de gestelde doelen kan behalen;
de cliënt heeft geen recht op een indicatie vanuit andere voorliggende wetgeving (bijvoorbeeld de Wet langdurige zorg (Wlz) of de Zorgverzekeringswet (Zvw)).
** 2. .** In aanvulling op lid 1 kan een cliënt ook begeleiding groep krijgen als er een mantelzorger is die moet worden ontlast of als er risico is op overbelasting van deze mantelzorger.
** 3. .** Een cliënt komt in aanmerking voor vervoer van en naar de begeleiding groep als:
de cliënt een maatwerkvoorziening heeft op grond van lid 1 of 2;
de cliënt niet op eigen kracht of met behulp van zijn netwerk op de locatie van begeleiding groep kan komen;
de cliënt een maatwerkvoorziening heeft naar de dichtstbijzijnde adequate begeleiding groepslocatie, en;
vervoer door het collectieve routegebonden-vervoersysteem geen passende oplossing is in de individuele situatie.
** 4. .** Het college kan nadere regels vaststellen over de maatwerkvoorzieningen die op grond van dit artikel beschikbaar zijn.
Artikel 12
Aanvullende criteria voor begeleiding groep
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hattem 2024