Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Aanvullende criteria voor begeleiding groep

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hattem 2024

1. . In aanvulling op artikel 10 kan een cliënt na onderzoek begeleiding groep krijgen als hij ook voldoet aan het volgende: de cliënt ondervindt beperkingen in zelfredzaamheid en/of participatie en door deelname aan begeleiding groep verbetert of behoudt cliënt de zelfredzaamheid en participatie, worden de vaardigheden van de cliënt behouden en wordt achteruitgang voorkomen, en; de cliënt kan (nog) geen (aangepast) werk of vrijwilligerswerk verrichten; de cliënt beschikt (nog) niet over arbeidsvermogen, of; de cliënt moet zonder dagactiviteiten verblijven in een instelling of verwaarloost thuis, en; de verwachting is dat cliënt in groepsverband beter de gestelde doelen kan behalen; de cliënt heeft geen recht op een indicatie vanuit andere voorliggende wetgeving (bijvoorbeeld de Wet langdurige zorg (Wlz) of de Zorgverzekeringswet (Zvw)). 2. . In aanvulling op lid 1 kan een cliënt ook begeleiding groep krijgen als er een mantelzorger is die moet worden ontlast of als er risico is op overbelasting van deze mantelzorger. 3. . Een cliënt komt in aanmerking voor vervoer van en naar de begeleiding groep als: de cliënt een maatwerkvoorziening heeft op grond van lid 1 of 2; de cliënt niet op eigen kracht of met behulp van zijn netwerk op de locatie van begeleiding groep kan komen; de cliënt een maatwerkvoorziening heeft naar de dichtstbijzijnde adequate begeleiding groepslocatie, en; vervoer door het collectieve routegebonden-vervoersysteem geen passende oplossing is in de individuele situatie. 4. . Het college kan nadere regels vaststellen over de maatwerkvoorzieningen die op grond van dit artikel beschikbaar zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel