Naar hoofdinhoud

Artikel 19.

Weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hattem 2024

1.. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: indien de cliënt geen ingezetene is van de gemeente Hattem, met uitzondering van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. voor zover aanspraak bestaat op een voorliggende voorziening (door eigen kracht, sociaal netwerk, algemene voorziening, voorliggende voorziening). als voor de problematiek, die aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; als de cliënt een indicatie heeft voor zorg met verblijf op grond van de Wet langdurige zorg of er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarvoor in aanmerking komt, maar weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit hierover, tenzij artikel 8.6a van de wet van toepassing is; als de cliënt de gevraagde voorziening vóór de melding van de hulpvraag of vóór de datum van het besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er naar het oordeel van het college sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de inwoner dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen. als de cliënt de gevraagde voorziening na de melding en vóór datum van het besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven of de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen; als de voorziening voorzienbaar of vermijdbaar was. als de gevraagde voorziening al eerder aan de cliënt is verstrekt op grond van enige wettelijke bepaling en de normale afschrijvingstermijn van die voorziening nog niet verstreken is. Tenzij de voorziening verloren is gegaan door omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen of de cliënt de restwaarde van de voorziening die verloren is gegaan geheel of gedeeltelijk vergoedt; als deze niet hoofdzakelijk op het individu is gericht; als de voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer de cliënt rekening had gehouden met bestaande en bekende beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan. deze niet (langdurig) noodzakelijk is; indien ondersteuning is aangevraagd die zal worden verleend buiten Nederland, tenzij het college na voorafgaande goedkeuring van oordeel is dat het inzetten van ondersteuning buiten de landsgrenzen een bijdrage levert aan het behalen van het beoogde resultaat, dat niet in Nederland kan worden behaald. 2.. Geen woonvoorziening wordt verstrekt: als de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen op dat moment beschikbare, meest geschikte woning, tenzij er voorafgaand aan de verhuizing schriftelijk toestemming is verleend door het college; als de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; de voorziening niet is bedoeld voor elementaire woonfuncties; ten behoeve van woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente bewoning, maar ook hotels/pensions, trekkerswoonwagens, tweede woningen, niet gelegaliseerde vakantie- en recreatiewoningen, zogenaamde ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting. Ten behoeve van woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente bewoning. Er kan dan wel een voorziening voor verhuizing en inrichting worden verstrekt; voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte. als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor de verhuizing is; als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden. indien deze betrekking heeft op een woongebouw, dat specifiek gericht is op mensen met beperkingen of dat in de praktijk bewoond wordt door een specifieke groep en waarvan vast staat dat de voorziening niet voldoet aan de voor een dergelijke woning op grond van wettelijke voorschriften, algemeen aanvaarde regels of contractuele bepalingen geldende vereisten. 3. . Geen vervoersvoorziening wordt verstrekt als een adequate stallingsmogelijkheid noodzakelijk is maar deze ontbreekt en ook niet te realiseren is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel