Naar hoofdinhoud
1.. Het raadslid en commissielid neemt bij het aanvaarden en uitoefenen van een nevenfunctie in acht dat: zijn onafhankelijkheid gewaarborgd blijft; elke vorm of schijn van belangenverstrengeling wordt vermeden; geen strijdigheid met enig gemeentelijk belang optreedt; het tijdsbeslag het goed functioneren als raadslid of commissielid niet in de weg staat. 2.. Het raadslid en commissielid doet zowel bij aantreden als tijdens de uitoefening van zijn functie terstond opgave aan de griffier van nevenfuncties. 3.. Het raadslid en commissielid vermeldt ten behoeve van de openbaarmaking in ieder geval: de omschrijving van de nevenfunctie, de organisatie voor wie de (neven)functie wordt verricht, of het al dan niet een (neven)functie betreft uit hoofde van het raadslidmaatschap en of de (neven)functie bezoldigd of onbezoldigd is. 4.. Na opgave van de nevenfunctie(s) draagt de griffier van de raad zorg voor een geactualiseerde overzicht van nevenfuncties van raadsleden en commissieleden op de gemeentelijke website.

Rechtspraak bij dit artikel