Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.3

Vrijwilligers en mantelzorgers onder druk

Onderdeel van Preventievisie gezondheid

Door het toenemende aantal ouderen en de stijgende kosten van de gezondheidszorg neemt de druk toe om alternatieven te zoeken voor de langdurige zorg die momenteel op basis van de Wet langdurige zorg (Wlz) wordt vergoed. Hoewel informele zorg vaak als synoniem van mantelzorg wordt gebruikt, vatten we het hier op als een combinatie van mantelzorg en vrijwilligerswerk in de zorg. Daarmee is het een tegenhanger van professionele zorg. Mantelzorg wordt omschreven als ‘de zorg die wordt gegeven aan een hulpbehoevende door iemand uit diens directe omgeving’ (Oudijk et al. 2010: 2). Het kan zowel gaan om de zorg aan huisgenoten als aan niet-huisgenoten en om intensieve of minder intensieve ondersteuning. Maar het gaat altijd om de zorg voor iemand met gezondheidsproblemen. Dus bijvoorbeeld niet om klussen, oppassen of de alledaagse zorg voor een gezond kind. Dit staat in “Informele zorg in Nederland” van het Sociaal Cultureel Planbureau. Nu staan er nog 15 potentiële mantelzorgers voor elke 85-plusser klaar, maar in 2040 loopt dit terug naar 6. Dat blijkt uit de eerste analyse van het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) en het SCP (Sociaal en Cultureel Planbureau) over de toekomst van de mantelzorg. Zal er in de toekomst voldoende mantelzorg beschikbaar zijn voor ouderen? Deze vraag wordt prangend doordat de bevolking in Nederland (versneld) vergrijst in de komende decennia. Volgens de Zeeuwse Zorg Coalitie krimpt het mantelzorgpotentieel met 33% in 2030. Dat komt o.a. door de vergrijzing. De grafiek hieronder laat de ontwikkeling van het aantal 50- tot 65-jarige mantelzorgers zien per persoon van 85 jaar of ouder. Dit wordt het zogenaamde mantelzorgpotentieel genoemd.

Rechtspraak bij dit artikel