**1..** Bij culturele projecten zoals bedoeld in artikel 5 lid 1 komen niet voor subsidie in aanmerking:
kosten van activiteiten waarvan de Adviescommissie van oordeel is dat er reeds op een andere wijze voldoende aan wordt bijgedragen door het college;
kosten die naar het oordeel van de Adviescommissie als niet redelijk worden beoordeeld.
**2..** Bij ondersteuning van de beroepspraktijk van een professionele cultuurmaker als bedoeld in artikel 5 lid 2 komen de volgende kosten, maar niet beperkt tot, in aanmerking voor subsidie: de kosten van materiaal of huur, inrichting en representatiekosten, reis-of verblijfkosten, het maken van werk (productiekosten), onderzoek, experiment, studie, de aanschaf van materiaal en apparatuur, ontwikkelen van promotiemateriaal (website, publicatie) of het werken aan een opdracht of deelname aan tentoonstellingen/producties, beurzen en manifestaties in binnen- en buitenland.
Artikel 6.
Wel en niet subsidiabele kosten
Onderdeel van Subsidieregeling Cultuurstimuleringsfonds Haarlem