In deze beleidsregels wordt aangegeven wanneer sprake is van 'geen uitzicht op inkomensverbetering'. Bij de beoordeling van het criterium 'geen uitzicht op inkomensverbetering' houdt het college rekening met de omstandigheden van de persoon. Tot die omstandigheden worden in ieder geval gerekend:
de krachten en bekwaamheden van de persoon, en
de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen.
Er is in ieder geval sprake van 'uitzicht op inkomensverbetering' als het gaat om een belanghebbende die een MBO-, HBO-, WO-opleiding of een particuliere beroepsopleiding volgt en personen die een dergelijke studie in de 36 maanden voorafgaand aan de peildatum hebben gevolgd.
Ook kan daarvan sprake zijn indien een belanghebbende parttime inkomsten heeft en in staat is om meer uren te gaan werken maar bewust besluit om dat niet te doen.
Verder wordt bij het bepalen van het recht op individuele inkomenstoeslag geen rekening gehouden met opgelegde maatregelen en boetes. Voor zover sprake is (geweest) van fraude, dient dit beoordeeld te worden in het kader van de hoogte van het inkomen: heeft men door de fraude een inkomen boven de inkomensgrens gehad, dan wordt de aanvraag afgewezen op grond van de hoogte van het inkomen. Dat de fraudevordering is of wordt terugbetaald doet daar niets aan af.
Tenslotte heeft in ieder geval geen uitzicht op inkomensverbetering de belanghebbende die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt op basis van volledige arbeidsongeschiktheid.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 1.
Uitzicht op inkomensverbetering
Onderdeel van Beleidsregels Inkomensondersteuning Participatiewet gemeente Nijmegen 2024