Naar hoofdinhoud

§ 3 › § 3.1.

Artikel 11

Terugvordering

Onderdeel van Beleidsregels terugvordering, invordering, verhaal en boete Gouda 2024

1.. Het college vordert de ten onrechte verstrekte uitkering van cliënt terug op grond van artikel 25 lid 2 van de IOAW/IOAZ. De omvang van de terugvordering wordt vastgesteld op: maximaal de omvang van de ten onrechte verstrekte uitkering en; ten hoogste het bedrag van de benadeling of; indien het bedrag niet of onvoldoende concreet kan worden vastgesteld, wordt door verificatie in overige bronnen, de omvang van de terugvordering schattenderwijs vastgesteld. 2.. Het college vordert de uitkering terug op grond van artikel 25 lid 3 van de IOAW/IOAZ. 3.. Het college maakt gebruik van de mogelijkheid om mede terug te vorderen zoals bedoeld in artikel 26 van de IOAW/IOAZ. 4.. Het college vordert de uitkering niet terug wanneer: De uitkering die wordt teruggevorderd zoals bedoeld in lid 1 tot en met 3 meer dan twee jaar geleden is verstrekt en/of; De gegevens, op basis waarvan de terugvordering had moeten plaatsvinden, door cliënt tijdig en volledig zijn verstrekt en sinds die verstrekking inmiddels zes maanden zijn verstreken, dit onderdeel geldt uitdrukkelijk bij terugvordering op grond van artikel 25 lid 2 en 3 van de IOAW/IOAZ. 5.. Voor zover de ten onrechte betaalde uitkering kan worden verrekend, wordt gebruikt gemaakt van de bevoegdheid tot verrekenen op grond van artikel 25 lid 4 van de IOAW/IOAZ. In alle andere gevallen wordt de uitkering teruggevorderd. 6.. Dringende redenen om van terugvordering af te zien doen zich niet voor op basis van enkel een schuldensituatie. 7.. Over de uitkering reeds afgedragen loonbelasting en premies volksverzekeringen worden teruggevorderd, voor zover deze niet verrekend kunnen worden met de door het college nog af te dragen loonbelasting en premies volksverzekering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel