**1..** De hoogte van de invordering wordt afgestemd op de omvang van de totale vorderingen met inachtneming van de draagkracht uit het inkomen en het vermogen.
**2..** Bij volledige betaling van de vordering op initiatief van de cliënt wordt geen draagkrachtberekening gemaakt.
**3..** Bij vaststellen van de draagkracht uit het vermogen worden alle contanten en tegoeden in aanmerking genomen met vrijlating van de toepasselijke vermogensgrens zoals bedoeld in artikel 34 lid 3 van de Pw.
**4..** Bij vaststellen van de draagkracht uit inkomen wordt een maandelijkse termijn berekend volgens de voorschriften van de beslagvrije voet. In afwijking hiervan kan de invordering lager worden vastgesteld indien:
Cliënt werk heeft aanvaard waardoor de inkomsten hoger zijn dan de toepasselijke bijstandsnorm en/of;
Cliënt overige werkzaamheden is gestart waardoor de inkomsten hoger zijn dan de toepasselijke bijstandsnorm en/of;
Cliënt een onderneming is gestart waardoor de inkomsten hoger zijn dan de toepasselijke bijstandsnorm en;
Cliënt het vermogen zoals bedoeld in lid 3 kort voor de vaststelling van de omvang niet heeft betaald aan ‘niet-preferente en/of informele schulden’.
**5..** De omvang van de maandelijkse termijn aan invordering wordt in geval van arbeidshervatting, zoals bedoeld in het vierde lid onder a tot en met c, gehalveerd voor het deel dat uitkomt boven het maandelijks voor beslag vatbare bedrag dat zou moeten worden betaald op basis van enkel bijstandsafhankelijkheid.
**6..** In geval van medewerking aan een schuldregeling zoals bedoeld in artikel 60c van de Pw wordt de omvang van de maandelijkse termijnen afgestemd op datgene wat in de medewerking is afgesproken.
§ 2 › § 2.1.1.
Artikel 5
Omvang invordering
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering, invordering, verhaal en boete Gouda 2024