Voor de eenmalige en periodieke kosten van curatele, beschermingsbewind en mentorschap is in principe bijzondere bijstand mogelijk. De kantonrechter beoordeelt, op basis van de individuele omstandigheden van inwoner(s) of er sprake is van een noodzaak.
Volgens de Centrale Raad van Beroep staat de noodzaak vast zodra het curatorschap/ beschermingsbewind/mentorschap door de kantonrechter is ingesteld.
De curator, bewindvoerder, mentor heeft maximaal aanspraak op een beloning overeenkomstig de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (artikel 1:447 lid 1 BW). De kantonrechter stelt de hoogte van de vergoeding vast.
De bijzondere bijstand voor de kosten voor uitkeringsgerechtigden duurt voort zolang inwoner(s) een uitkering heeft (hebben) en onder curatele/bewind/mentorschap staat (staan). De bijzondere bijstand voor de kosten voor niet uitkeringsgerechtigden wordt toegekend voor maximaal één jaar en zolang er sprake is van curatorschap, bewind of mentorschap.
De ingangsdatum van de bijzondere bijstand is de eerste dag van de maand waarin de kantonrechter de curator/bewindvoerder/mentor heeft aangewezen.
Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand voor:
de kosten van bewindvoering in het kader WSNP;
de kosten van budgetbeheer. De gemeentelijke schuldhulpverlening wordt als een passende en toereikende voorziening voor de kosten van budgetbeheer beschouwd.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.11
Curatele, beschermingsbewind en mentorschap
Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere bijstand en Minimabeleid Gemeente Sluis 2024