Op grond van artikel 5:21 van de Awb kan een last onder bestuursdwang worden opgelegd. In de last onder bestuursdwang wordt aangegeven dat de overtreder binnen een bepaalde termijn de overtreding dient te beëindigen. Indien dit niet of niet binnen de genoemde termijn wordt gedaan, is het bestuursorgaan bevoegd om voor rekening en risico van de overtreder de overtreding te beëindigen. Op grond van artikel 5:25 van de Awb worden de door het bestuursorgaan gemaakte kosten verhaald op de overtreder.
Op grond van artikel 5:31 eerste lid van de Awb is het mogelijk om spoedeisende bestuursdwang toe te passen. Dit houdt in dat voorafgaand wel kenbaar wordt gemaakt dat er bestuursdwang wordt toegepast, maar dat er geen begunstigingstermijn wordt geboden.
Artikel 4:11 van de Awb geeft aan dat een zienswijzetermijn achterwege kan worden gelaten indien:
De vereiste spoed zich daartegen verzet;
De belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan, of;
Het met de beschikking beoogde doel slechts kan worden bereikt indien de belanghebbende daarvan niet reeds tevoren in kennis is gesteld.
Daarnaast is het op grond van artikel 5:31 tweede lid van de Awb mogelijk bestuursdwang toe te passen zonder voorafgaande besluitvorming indien sprake is van een zeer spoedeisende situatie. Deze bevoegdheid is noodzakelijk in een crisissituatie.
Tegen het besluit tot toepassing van bestuursdwang kan bezwaar en/of beroep worden ingediend of bij de rechtbank worden verzocht om een voorlopige voorziening.