Aan de algemeen directeur van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond wordt mandaat verleend voor:
het behandelen van een gebruiksmelding als bedoeld in artikel 6.7 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
het behandelen van een gebruiksmelding als bedoeld in artikel 2.1 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen;
het op grond van artikel 18.6, eerste lid, van de Omgevingswet en artikel 61, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s aanwijzen van toezichthouders als bedoeld in artikel 5.11 van de Algemene wet bestuursrecht die belast zijn met toezicht op de naleving van:
het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, waaronder het Besluit bouwwerken leefomgeving, voor zover het brandveilig gebruik en brandveiligheid betreft;
het bepaalde bij of krachtens artikel 3, tweede en derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s, voor zover het brandveilig gebruik en brandveiligheid betreft.
Artikel 3.
Mandaat algemeen directeur
Onderdeel van Mandaat- en machtigingsbesluit Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond 2024