De gemeente kan de uitkering verlagen als belanghebbende zich niet houdt aan de afspraken en verplichtingen.
Bijzondere bijstand kan worden verlaagd als:
aan belanghebbende bijzondere bijstand wordt verleend met toepassing van artikel 12 Pw, of;
de verwijtbare gedraging van belanghebbende in relatie met zijn recht op bijzondere bijstand daartoe aanleiding geeft.
Bij verlaging van de uitkering wordt belanghebbende op de hoogte gesteld:
waarom de uitkering wordt verlaagd;
hoe lang de uitkering wordt verlaagd;
met hoeveel procent of welk bedrag de uitkering wordt verlaagd;
eventueel waarom van bovenstaande wordt afgeweken.
Bij het verlagen van de uitkering wordt rekening gehouden met:
de ernst van het gedrag;
verwijtbaarheid van het gedrag;
de persoonlijke situatie van belanghebbende.
Voordat een verlaging wordt opgelegd krijgt belanghebbende de mogelijkheid om een reactie te geven.
Van lid 5 kan worden afgeweken als:
belanghebbende al eerder reactie heeft kunnen geven de feiten en omstandigheden sindsdien niet veranderd zijn;
de reactie niet nodig is om te oordelen of het gedrag verwijtbaar is;
belanghebbende hier geen gebruik van wil maken;
spoed zich hiertegen verzet.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.1.
Afstemming op houding en gedrag Pw, IOAW, IOAZ
Onderdeel van Verordening Participatiewet en Minimabeleid Sluis