Raadsleden houden zich tijdens de raads- en commissievergaderingen aan het Reglement van Orde en de Verordening op de Raadscommissies en volgen de aanwijzingen van de voorzitter op.
Raadsleden spreken in het debat via de voorzitter.
Optreden tegen een (mogelijk) grensoverschrijdende bejegening tijdens vergaderingen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de voorzitter en de raadsleden. De voorzitter kan een raadslid vermanen en terugroepen tot de behandeling van het onderwerp. De spreker wordt in de gelegenheid gesteld de woorden, die tot de waarschuwing aanleiding hebben gegeven, terug te nemen. Indien de spreker van deze gelegenheid geen gebruik maakt, kan de voorzitter de spreker het woord ontnemen of de vergadering voor een bepaalde tijd schorsen of zelfs sluiten.
Raadsleden kunnen de voorzitter wijzen op een (mogelijk) grensoverschrijdende bejegening met een punt van orde of een persoonlijk feit.
Een raadslid dat door zijn gedragingen de gang van zaken belemmert, kan op voorstel van de voorzitter door de raad het verdere verblijf in de vergadering worden ontzegd. Bij herhaling van het gedrag kan het raadslid voor ten hoogste drie maanden toegang tot de vergadering worden ontzegd.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2
Omgangsvormen in vergadering
Onderdeel van Gedragscode voor raadsleden en commissieleden gemeente Utrecht