**1..** De burgemeester bepaalt per geval, of er sprake is van slecht levensgedrag dat moet leiden tot het weigeren of intrekken van de vergunning.
**2..** De toetsing vindt plaats naar aanleiding van de vergunningaanvraag of een bijschrijving van een leidinggevende of beheerder.
**3..** De burgemeester kan het levensgedrag opnieuw beoordelen:
als er gedurende de looptijd van een vergunning sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden;
naar aanleiding van signalen over de onderneming;
naar aanleiding van signalen over een andere onderneming van dezelfde exploitant.
**4..** Bij de toetsing weegt de burgemeester alle relevante feiten en omstandigheden in samenhang met en in relatie tot de vergunning.
**5..** De volgende feiten en gedragingen worden in ieder geval betrokken bij de beoordeling van het levensgedrag:
gedragingen die zijn verwoord in processen-verbaal of mutaties van de politie;
gedragingen die zijn neergelegd in rapportages van toezichthouders;
gedragingen die blijken uit strafrechtelijke procedures;
strafrechtelijke veroordelingen, transacties en strafbeschikkingen;
zaken waarin het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is verklaard;
zaken die zijn geseponeerd;
zwaarte van opgelegde sancties;
het structureel overtreden van wet- en regelgeving waar bestuursrechtelijke maatregelen, zoals boetes of lasten onder dwangsom voor kunnen worden opgelegd;
de omstandigheid of de exploitant, leidinggevende of beheerder verwijtbaar of nalatig betrokken is geweest bij een pand dat op last van de burgemeester is dan wel was gesloten;
informatie van de Belastingdienst;
overige fiscale feiten;
**6..** bij de beoordeling van alcoholschenkende inrichtingen wegen alcoholgerelateerde feiten verzwaard mee.
**7..** In de bijlage bij deze beleidsregel is een niet-limitatief overzicht opgenomen van feiten die meewegen in de toets op levensgedrag. De bijlage wordt met deze beleidsregel vastgesteld.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1
Algemene uitgangspunten
Onderdeel van Beleidsregel beoordeling levensgedrag gemeente Rijssen-Holten 2023