1. Indien werken met behoud van uitkering op een werkplek plaatsvindt zoals bedoeld in de in deze verordening opgenomen voorzieningen participatieplaats, werkstage of sociale activering, dan mag dit in geen geval leiden tot arbeidsverdringing. Daartoe worden de volgende toetsingscriteria toegepast:
a. De functies beïnvloeden de concurrentieverhoudingen niet nadelig;
b. Het gaat niet om activiteiten waarvoor de deelnemer of een ander normaal gesproken betaald wordt of minder dan twee jaar geleden nog betaald werd;
c. Het gaat niet om eerder bestaande arbeidsplaatsen met vergelijkbare werkzaamheden waar salaris voor werd betaald;
d. Het gaat niet om werkzaamheden die eerder in de betreffende organisatie zijn wegbezuinigd;
e. Er staat geen vacature open voor dezelfde of bijna dezelfde activiteiten als die bij de participatie- en activeringsplaatsen worden uitgevoerd;
2. Het is niet mogelijk om de verschillende vormen van werken met behoud van uitkering (werkstage, participatieplaats, proefplaats) te cumuleren bij dezelfde werkgever, wanneer er sprake is van voortzetting van vergelijkbare werkzaamheden.
3. Het college verwacht van de werkgever dat deze zich gedraagt zoals een goed werkgever betaamt. Dat betekent onder andere dat de werkgever zorg draagt voor een deugdelijke verzekering van de werknemer voor zowel aansprakelijkheid als ongevallen.
4. De afspraken die gemaakt worden in het kader van de voorzieningen proefplaats participatieplaats en werkstage worden vastgelegd in een trajectcontract.
Hoofdstuk
Artikel 21
Overige bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Verordening re-integratie Participatiewet Maastricht–Heuvelland 2023