Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.5

Artikel 6.5.1

Afwijkingsmogelijkheid 1: Inzetten van private autoparkeerplaatsen

Onderdeel van Beleidsregels Parkeernormen Delft 2023

De eerste mogelijkheid is om de parkeereis (gedeeltelijk) in te vullen buiten het eigen terrein, door het kopen of huren van bestaande autoparkeerplaatsen op private parkeerterreinen of - parkeergarages. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: Er moet door de initiatiefnemer een koop- of huurcontract worden afgesloten voor een periode van minimaal 10 jaar. Private parkeerplaatsen in gereguleerd gebied hoeven niet per definitie beschikbaar te blijven gedurende deze periode als ze aantoonbaar niet meer nodig zijn voor de bouwontwikkeling. De bewijslast hiervoor ligt bij de initiatiefnemer en/of eigenaar van het pand. Het uitgangspunt is namelijk dat ook private parkeerplaatsen zo efficiënt mogelijk benut worden. De initiatiefnemer moet aantonen dat deze private parkeerplaatsen ook daadwerkelijk beschikbaar zijn met een rapportage over de bezetting van de private parkeerplaatsen (met data-analyse of een parkeertelling van het maatgevend moment). Het uitgangspunt is dat de bezetting van de particuliere autoparkeerplaatsen, inclusief de extra parkeervraag van de bouwontwikkeling, niet groter wordt dan 95%. Er moet door de initiatiefnemer een koop- of huurcontract worden afgesloten waaruit blijkt dat: De eigenaar van de private parkeerplaatsen de afgesproken hoeveelheid autoparkeerplaatsen beschikbaar stelt en beschikbaar houdt voor de bouwontwikkeling op de tijdstippen dat dit nodig is voor een periode van minimaal 10 jaar; De initiatiefnemer deze parkeerkeerplaatsen, voor zover het gaat om parkeerplaatsen voor vaste gebruikers, op de relevante tijdstippen huurt of er een abonnement of parkeerrecht voor heeft; De overeenkomst die eerder gesloten is tussen de initiatiefnemer en een eigenaar van private parkeerplaatsen, ook voor een volgende eigenaar bindend is (kettingbeding). De overeenkomst moet uiterlijk 4 weken voor oplevering van de bouwontwikkeling ingaan. Om te voorkomen dat dezelfde particuliere parkeerplaatsen voor meerdere bouwontwikkelingen worden ingezet, moet het door de initiatiefnemer aannemelijk worden gemaakt dat de particuliere parkeerplaatsen niet al zijn toebedeeld aan toekomstige bouwontwikkelingen. Géén inzet van autoparkeerplaatsen in de openbare ruimte Ons uitgangspunt is dat het benutten van bestaande autoparkeerplaatsen in de openbare ruimte voor bouwontwikkelingen in heel Delft niet meer mogelijk is. Ook al worden deze autoparkeerplaatsen (soms) minder intensief gebruikt. Het bereikbaar en leefbaar houden van Delft vraagt onder andere om een aantrekkelijke, mooie en efficiënt ingerichte openbare ruimte. Daar passen geen extra geparkeerde auto’s bij. Alleen in zeer uitzonderlijke situaties wordt afgeweken van dit uitgangspunt door toepassing van de hardheidsclausule. Dan heeft het de voorkeur om eerst het bezoekersgedeelte van de parkeereis te faciliteren in de openbare ruimte en pas daarna het parkeren van vaste gebruikers, zoals bewoners en werknemers. Uitzondering voor inzet van openbare autoparkeerplaatsen Een uitzondering is mogelijk voor parkeerplaatsen voor het stallen van deelauto’s (als onderdeel van de toegepaste parkeerreductie) die niet op eigen terrein kunnen worden aangelegd en ook niet opgelost kunnen worden door het huren of kopen van parkeerplaatsen in private parkeervoorzieningen. De gemeente Delft beoordeelt dan of parkeerplaatsen in de openbare ruimte geschikt en beschikbaar zijn om in te zetten voor het parkeren van deelauto’s bij bouwontwikkelingen. Een voorwaarde is dat de bezetting van de openbare parkeerplaatsen, inclusief het beoogde gebruik van de bouwontwikkeling, niet hoger mag uitkomen dan 90%. Voor grotere openbare parkeerterreinen (met minimaal 50 parkeerplaatsen) mag de bezetting niet boven de 95% stijgen.

Rechtspraak bij dit artikel