Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VIII: › Paragraaf

Artikel 32

Artikel 32

Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING “PARTICIPATIEBEDRIJF KEMPENPLUS”

1.. Een college kan geheel of gedeeltelijk uit de regeling treden door een daartoe strekkend besluit van het betreffende college en na verkregen toestemming van de betreffende raad. Onder gedeeltelijk uittreden wordt verstaan het vanaf een bepaalde datum niet langer afnemen van diensten van c.q. niet langer delegeren van tot dan toe gedelegeerde taken en bevoegdheden aan de bedrijfsvoeringsorganisatie Participatiebedrijf KempenPlus. 2.. In het geval diensten, taken en bevoegdheden door alle colleges die de betreffende diensten, taken en bevoegdheden afnemen hebben gedelegeerd met ingang van dezelfde datum niet langer worden afgenomen c.q. niet langer worden gedelegeerd, stellen de colleges met elkaar een plan op waarin alle aspecten en gevolgen daarvan worden geregeld, zodat er geen sprake is van achterblijvende kosten en achterblijvend personeel. 3.. Een college zendt het besluit tot uittreding aan het bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het bestuur het besluit heeft ontvangen. 4.. Tenzij het bestuur een kortere termijn bepaalt, kan de (gedeeltelijke) uittreding niet eerder plaatsvinden dan tegen 31 december van het tweede kalenderjaar volgend op de datum van de in het tweede lid bedoelde ontvangstdatum. 5.. Het bestuur zendt een besluit tot (gedeeltelijke) uittreding van een college aan de colleges van de overige gemeenten. 6.. De colleges van de overige gemeenten kunnen gedurende een periode van 3 maanden na de toezending als bedoeld in het vorige lid een zienswijze toezenden aan het bestuur. Het bestuur betrekt de zienswijzen bij het opstellen van het uittredingsplan.

Rechtspraak bij dit artikel