**1..** Het bestuur treedt ten aanzien van de regeling in de bevoegdheden van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten.
**2..** Aan het bestuur behoren in ieder geval:
het, desgevraagd of uit eigen beweging, adviseren van de colleges in alle zaken die de in artikel 5, eerste lid genoemde regelgeving betreffen;
het onderhouden van contacten met organen en het voor zover nodig samenwerken met organen, organisaties, instellingen en personen, die zowel binnen als buiten het gebied, waarover de regeling zich uitstrekt, werkzaam zijn;
het ingevolge de Wsw en de Pw en de daarbij behorende regelgeving in dienst nemen, schorsen en (doen) ontslaan van werknemers met een arbeidsovereenkomst als bedoeld in boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
het nemen van beschikkingen ingevolge de regelgeving als genoemd in artikel 5, eerste lid;
het beheer van de inkomsten en de uitgaven van het Participatiebedrijf;
de zorg voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding van de met deze werkzaamheden belaste functionaris;
het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit;
het met inachtneming van de door het bestuur vastgestelde begroting vaststellen van de personeelsformatie en de organisatiestructuur;
het benoemen, schorsen en ontslaan van het ambtelijk personeel, alsmede het in dienst nemen, schorsen en ontslaan van het personeel op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht;
het vaststellen van de begroting;
het vaststellen en wijzigen van de meerjarenbegroting
het vaststellen en wijzigen van de personeelsformatie;
het vaststellen van de rekening;
het vaststellen van de kadernota;
het toezien op het beheer en het onderhoud van de gebouwen, werken en inrichtingen, die het Participatiebedrijf bezit of op enigerlei wijze onder zich heeft;
het voorstaan van belangen van het Participatiebedrijf;
het houden van toezicht op al wat het Participatiebedrijf aangaat.
**3..** Het bestuur kan voor afzonderlijke taken en activiteiten van het Participatiebedrijf een bedrijf of andere tak van dienst instellen. Het bestuur kan besluiten tot oprichting van en deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het bestuur van het Participatiebedrijf te brengen.
**4..** Het bestuur kan het verzorgen van de P&O dienstverlening en SSC-taken zoals ICT aan een andere rechtspersoon opdragen.
**5..** Het bestuur stelt geen nadere regels over de wijze waarop belanghebbenden bij de voorbereiding van besluiten en de evaluatie kunnen worden betrokken.
Hoofdstuk I: › Paragraaf
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING “PARTICIPATIEBEDRIJF KEMPENPLUS”