De rekenkamer inventariseert jaarlijks aan wat voor onderzoek de raad behoefte heeft. De wijze waarop dit gebeurt wordt in overleg met de contactcommissie bepaald.
Het staat elk individueel raadslid vrij om op elk moment een onderzoeksonderwerp ter suggestie aan te bieden aan de rekenkamer. Het raadslid informeert de contactcommissie hierover. Het is aan de rekenkamer hoe zij hiermee om wil gaan.
De rekenkamer bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt, formuleert de vraagstelling en stelt de onderzoeksopzet vast.
De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de rekenkamer ter kennisneming aan de raad, het college en de gemeentesecretaris verstuurd.