In deze bevoegdhedenregeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
ambtenaar: de (behandelend) functionaris die de betreffende werkzaamheden uitoefent volgens zijn/haar functieomschrijving, diens vervanger en degene die op incidentele basis, in opdracht van de secretaris of de teamleider, de betreffende werkzaamheden verricht. Een extern ingehuurde kracht die werkzaamheden verricht onder de verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur, wordt gelijkgesteld met de omschrijving van een ambtenaar;
besluit: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht;
budgethouder: de ambtenaar die van het college de bevoegdheid heeft gekregen tot het uitvoeren van een deel van de gemeentebegroting, het realiseren van een investering of project inclusief het sluiten en ondertekenen van overeenkomsten, het aanvragen van subsidies en het aanwenden van middelen die verband houden met het desbetreffende budget zoals nader uitgewerkt in de ‘budgethoudersregeling’;
budgethoudersregeling: het document waarin door het college richtlijnen worden gegeven voor de uitoefening van de verantwoordelijkheden en bevoegdheden door budgethouders;
burgemeester: de (loco-)burgemeester van de gemeente Lopik als bestuursorgaan en als vertegenwoordiger van de gemeente in en buiten rechte;
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lopik;
directeur: de direct leidinggevende van de teamleiders en tevens loco-secretaris;
externen: niet onder de verantwoordelijkheid van een van de bestuursorganen van de gemeente Lopik werkende personen, aan wie of aan wiens organisatie de vraag is gesteld (overheids)taken van de gemeente Lopik uit te voeren.
gemeentebestuur: (gemeente)raad, college of burgemeester, ieder voor zijn eigen bevoegdheden;
heffings- en invorderingsambtenaar: de op grond van artikel 231 tweede lid onderdelen b, c en d van de Gemeentewet aangewezen ambtenaar;
machtiging: de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan feitelijke handelingen te verrichten die noch een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;
mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen en deze te ondertekenen zoals bedoeld in artikel 10:1 van de Algemene wet bestuursrecht, tenzij is aangegeven dat er een bepaalde beperking rust op het mandaat (bijvoorbeeld niet de beslissingsbevoegdheid, maar wel de ondertekeningsbevoegdheid);
mandaatgever: het bestuursorgaan dat de oorspronkelijke wettelijke bevoegdheid heeft en deze aan een ander mandateert;
portefeuillehouder: de wethouder of burgemeester aan wie een nader omschreven beleidsveld is toegewezen waarvoor politiek-bestuurlijke verantwoordelijkheid wordt gedragen;
projectleider: de ambtenaar die eindverantwoordelijkheid draagt over het verloop en welslagen van een project, en tevens budgethouder ‘kan’ zijn op grond van de budgethoudersregeling;
secretaris: de (loco-)gemeentesecretaris die benoemd is door het college en binnen de gegeven kaders in de instructie voor de secretaris, zoals bedoeld in artikel 103, tweede lid van de Gemeentewet, werkt;
team: organisatieonderdeel waaraan de teamleider leiding geeft;
teamleider: de ambtenaar die als hiërarchisch leidinggevende verantwoordelijk voor is voor het behalen van de opgedragen resultaten;
vierogen-principe: het principe zoals bedoeld in artikel 2, vierde lid van deze bevoegdhedenregeling;
volmacht: de bevoegdheid om in naam van de volmachtgever privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten.