Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Regels voor persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 gemeente Drimmelen 2024

1.. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. 2.. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb als de cliënt de voorziening waarvoor het pgb bedoeld is voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de cliënt dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen; als de cliënt de voorziening waarvoor het pgb bedoeld is na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven of de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen; als de voorziening waarvoor het pgb bedoeld niet hoofdzakelijk op het individu is gericht. 3.. De hoogte van een pgb: wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan waarin in ieder geval uiteen is gezet: welke diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren de cliënt van het budget wil betrekken, en indien van toepassing, welke hiervan de cliënt wil betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk; wordt berekend op basis van een prijs of tarief: waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken; waarbij rekening is gehouden met redelijke overheadkosten van derden van wie de cliënt diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren wil betrekken; waarbij, voor zover van toepassing, rekening is gehouden met de in het vijfde lid gestelde voorwaarden betreffende het tarief onder welke de cliënt de mogelijkheid heeft om de betreffende diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen te betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering; bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura 4.. De hoogte van een pgb wordt vastgesteld voor: taxi- en rolstoeltaxivervoer: op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief dat de gemeente betaalt aan de vervoerder, uitgaande van het toepasselijke kilometerbudget op maat, tot maximaal 1500 kilometers per jaar. Op basis van de Wmo 2015 is het niet mogelijk een tegemoetkoming te verstrekken voor gangbaar gebruik van een (eigen) auto of (rolstoel-)taxi; een autoaanpassing: op basis van de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor wordt gehanteerd door een door de gemeente goedgekeurde leverancier, of op basis van een kostenraming door een onafhankelijk adviesbureau; aanschaf en onderhoud van andere voorzieningen zoals een sportrolstoel: op basis van de laagste prijs en het laagste tarief die hiervoor wordt gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde leverancier, of op basis van een kostenraming door een onafhankelijk adviesbureau, of op basis van de kosten voor de voorziening als deze op andere wijze (in overleg met het college) verkregen kan worden; het bezoekbaar maken van een woning: op basis van de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor wordt gehanteerd door een door de gemeente goedgekeurde aannemer, of op basis van een kostenraming door een onafhankelijk adviesbureau. 5.. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk van de cliënt of een andere niet-professionele ondersteuner als: deze persoon de werkzaamheden niet onbetaald wil verrichten; deze persoon hiervoor een tarief hanteert dat maximaal 60% bedraagt van het laagste toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder of dat 60% bedraagt van het op grond van het derde en vierde lid gehanteerde tarief, en het tarief of de prijs, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, onder 1°, minimaal het wettelijke minimumloon bedraagt of zoveel meer, tot ten hoogste 60% van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate maatwerkvoorziening in natura, als noodzakelijk is om: te verzekeren dat het budget de cliënt in staat stelt tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en op gepaste wijze rekenschap te geven van de gezinssituatie en van de relevante werkervaring en kwalificaties van deze persoon; tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden betaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel