Bij het uitzetten van middelen gelden de volgende uitgangspunten:
Het drempelbedrag is gelijk aan 2% van het jaarlijkse begrotingsomvang met een maximum van € 500 miljoen. Het minimum drempelbedrag is € 1 miljoen;
Overtollige liquide middelen (boven het drempelbedrag) van de gemeente mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden;
Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in artikel 7, artikel 8 en artikel. 10.1 genoemde richtlijnen en uitgangspunten.