Bij het aantrekken van financieringsmiddelen voor een periode van één jaar of langer gelden naast de richtlijnen van art. 7 en art. 10.2 de volgende richtlijnen:
financiering wordt uitsluitend en alleen aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak;
financieringsbeslissingen zijn altijd gebaseerd op de financieringsbehoefte van de gemeente als geheel (totaalfinanciering);
financiering door middel van externe middelen wordt zoveel mogelijk beperkt door eerst de uitgezette middelen te benutten;