Als samenleving staan we voor grote maatschappelijke uitdagingen, zoals op het gebied van energietransitie, klimaatverandering, duurzame landbouw en de woningbouwopgave. De Omgevingswet streeft er naar om deze en andere maatschappelijke vraagstukken integraal aan te pakken. Dat betekent dat alle belangen in beeld moeten zijn om vervolgens tot de best mogelijke oplossing te komen. Participatie is daarom een belangrijk thema binnen de Omgevingswet.
Gemeenten, provincies en waterschappen moeten aangeven op welke wijze invulling is gegeven aan hun eigen participatiebeleid (motie Nooren). De motie roept decentrale overheden op om eigen participatiebeleid op te stellen.
De Omgevingswet kent procedurele verplichtingen voor participatie toe aan de kerninstrumenten van de wet. Het laat daarbij ook zien wie tot participatie verplicht is en wie het bevoegd gezag is. Afhankelijk van het instrument (omgevingsvisie, omgevingsprogramma, omgevingsplan en omgevingsvergunning), heeft het bevoegd gezag procedurele verplichtingen bij participatie. Deze verplichtingen zijn verdeeld in kennisgeving, motiveringsplicht, aanvraagvereiste of participatieplicht.
In de navolgende tabel is per kerninstrument inzichtelijk gemaakt wat de wettelijke procedurele plichten zijn en wie verantwoordelijk is voor het naleven van deze plichten.
Instrument
Procedurele plichten
Wie is verantwoordelijk voor het naleven van de procedurele plichten?
Omgevingsvisie
Motiveringsplicht
Het bevoegd gezag geeft bij het besluit aan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn.
Bevoegd gezag (gemeenteraad)
Omgevingsbesluit (art. 10.7)
Programma
Motiveringsplicht
Het bevoegd gezag geeft bij het besluit aan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn.
Bevoegd gezag (College van B&W)
Omgevingsbesluit (art. 10.8)
Omgevingsplan
Kennisgeving
Motiveringsplicht
Het bevoegd gezag geeft bij de kennisgeving van het voornemen om een omgevingsplan vast te stellen aan hoe het de participatie vormgeeft.
Het bevoegd gezag geeft bij het besluit aan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn.
Bevoegd gezag (is B&W gemeente)
Omgevingsbesluit (art. 10.2, eerste lid)
Omgevingsbesluit (art. 10.2, tweede lid)
Omgevingsvergunning
Algemene aanvraagvereiste
In de Omgevingsregeling wordt een aanvraagvereiste participatie opgenomen. De initiatiefnemer moet aangeven óf (ja of nee) en zo ja, hoe hij aan participatie heeft gedaan.
Het bevoegd gezag betrekt deze informatie bij de integrale belangenafweging. Dit is altijd indieningsvereiste bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning maar geen weigeringsgrond.
Bevoegd gezag (College van B&W)
Omgevingswet (art. 16.55)
Omgevingsvisie
De omgevingsvisie is de integrale langetermijnvisie van een bestuursorgaan voor de hele fysieke leefomgeving en haar grondgebied. Volgens de Omgevingswet moet de gemeenteraad bij de vaststelling van de (actualisatie van de) omgevingsvisie voldoen aan de motiveringsplicht. Dit betekent dat de gemeente aangeeft hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij het opstellen van de omgevingsvisie betrokken zijn. En wat de resultaten daarvan zijn. Een participatieverslag van de participatie is een verplichte bijlage van een omgevingsdocument. In het verslag staan de resultaten van het participatieproces en een beeld van de verschillende belangen. En hoe daarmee is omgegaan.
Belangrijk is dat vóórafgaand aan de start van de werkzaamheden aan de (actualisatie van de) omgevingsvisie een Participatieplan wordt opgesteld en door de gemeenteraad akkoord wordt bevonden. Het participatieverslag kan op dit plan worden gebaseerd. De gemeenteraad betrekt dit verslag bij de afweging en besluitvorming.
Omgevingsplan
Het omgevingsplan zorgt dat de doelen en het beleid uit de gemeentelijke omgevingsvisie en de programma’s in de vorm van juridische regels doorwerken naar derden. Het gaat bijvoorbeeld om het toewijzen van functies aan locaties, toestaan of niet-toestaan van bepaalde activiteiten in bepaalde gebieden, algemene regels en meldingsplichten bij activiteiten, vergunningplichten en beoordelingsregels en regels over omgevingswaarden.
Voor het maken en wijzigen van het omgevingsplan moet de gemeente zorgen voor kennisgeving vooraf. De gemeente beschrijft vooraf wie worden betrokken, waarover en wanneer. En wat de rol is van een ieder en waar meer informatie beschikbaar komt. Bij de besluitvorming over het omgevingsplan door de gemeenteraad moet de gemeente voldoen aan de motiveringsplicht met een participatieverslag over de resultaten van het participatieproces.
Is de gemeente niet de initiatiefnemer, maar een andere partij (bijvoorbeeld een inwoner of bedrijf), dan verzorgt deze partij (in afstemming met de gemeente) het participatieproces en de verslaglegging daarvan.
Afhankelijk van de aard en omvang van het omgevingsplan kan ervoor worden gekozen om voor de start van de werkzaamheden aan het omgevingsplan een Participatieplan op te stellen en door de raad te laten accorderen. Dit plan vormt de basis voor de kennisgeving. Het participatieverslag kan op dit plan worden gebaseerd. De gemeenteraad betrekt dit verslag bij de afweging en besluitvorming.
Programma
Voor de programma’s geldt eveneens een kennisgevingsplicht en een motiveringsplicht. Het programma is een bevoegdheid van het college. Het college geeft bij het besluit aan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn.
Afhankelijk van de aard en omvang van het programma kan ervoor worden gekozen om voor de start van de werkzaamheden aan het programma een Participatieplan op te stellen en door het college te laten accorderen. Dit plan vormt de basis voor de kennisgeving. Het participatieverslag kan op dit plan worden gebaseerd. Het college betrekt dit verslag bij de afweging en besluitvorming.
Omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning is een bevoegdheid van het college. In het geval van een omgevingsplanactiviteit moet de initiatiefnemer aangeven óf (ja of nee) en zo ja, hoe hij aan participatie heeft gedaan.
Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (bopa) is participatie verplicht. Voor een aantal eenvoudige bopa's is een uitzonderingslijst opgesteld. Voor deze gevallen wordt participatie niet verplicht gesteld, maar gestimuleerd. Zie voor meer informatie hoofdstuk 3 (categorie 3).
Voor bepaalde categorieën van de bopa geldt het adviesrecht van de gemeenteraad. Dit advies is bindend: bij een negatief advies zal het college van burgemeester en wethouders de vergunning moeten weigeren. De resultaten van (niet) verplichte participatie betrekt de raad bij de advisering.