Naar hoofdinhoud
1.. Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb, wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp; Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de cliënt: Personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; Personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel (zzp). Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. Informele hulp is: Hulp die geboden wordt door personen uit het sociaal netwerk. 2.. De met een pgb in te kopen hulp van professionals voldoet aan de standaard zoals deze ook geldt voor gecontracteerde aanbieders van individuele voorzieningen. Om aan de minimale kwaliteitseisen te voldoen dient de professional: Een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) over te leggen; Niet in strijd te handelen met de Jeugdwet, Wmo, Verordening en beleidsregels; Als dusdanig ingeschreven te staan bij de Kamer van Koophandel; BIG en/of SKJ geregistreerd te zijn; Risicosignalen over jeugdigen te melden bij het college en de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling te hanteren; In staat te zijn tijdige doorverwijzing naar specialistische ondersteuning te initiëren; Af te stemmen op de behoefte van de cliënt en op andere ontvangen zorg; Actief samen te werken met het college en andere hulpverleners; Te voldoen aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in hoofdstuk 4 van de wet. 3.. Met het pgb kan hulp uit het sociaal netwerk worden ingekocht. Diegene dient: Niet (dreigend) overbelast te zijn, en; Een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) over te leggen, en; In staat te zijn de hulp te bieden die, conform de beoogde doelstellingen, zoals in het budgetplan opgenomen is. 4.. Een vertegenwoordiger wordt alleen geacht de aan het pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te kunnen voeren, indien: Hij niet tevens uitvoerder is van de ondersteuning die met het pgb wordt ingekocht of geen financiële relatie heeft met de uitvoerder van de ondersteuning, tenzij dit gezien de situatie van de cliënt of de jeugdige, de aard van de ingekochte ondersteuning en de waarborgen waarmee een verantwoorde besteding en verantwoording van het pgb is omgeven, naar het oordeel van het college passend wordt bevonden; Er sprake is van voldoende nabijheid in de vorm van fysieke aanwezigheid en tijd. 5.. De budgethouder kan de jeugdhulp onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk: Voor begeleiding; Bij de inzet van een persoon uit het sociale netwerk kan door het collegeadvies opgevraagd worden bij derde over de geschiktheid van deze inzet en de informeel zorgverlener.

Rechtspraak bij dit artikel