Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.1

Gebruiker niet-zijnde recreant

Onderdeel van Handhavingsbeleid aanpak illegale bewoning op recreatieparken

De gebruiker niet-zijnde recreant is de overtreder die de verboden handeling fysiek verricht, namelijk het bewonen van de recreatiewoning of verblijf. Het huren van een recreatiewoning en/of verblijf is daar een voorbeeld van. Stap 1: voornemen last onder dwangsom Indien is vastgesteld dat er sprake is van illegale bewoning van een recreatiewoning en/of- verblijf door de gebruiker, wordt de handhavingsprocedure gestart met een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom. In dit voornemen wordt aangegeven dat het college voornemens is een last onder dwangsom op te leggen vanwege de illegale bewoning. De betreffende overtreder krijgt de gelegenheid binnen twee weken zijn zienswijze in te dienen. De ingediende zienswijze wordt meegenomen in de besluitvorming. Stap 2: last onder dwangsom Wanneer de zienswijze niet leidt tot het afzien van handhavend optreden en er uit het controlerapport blijkt dat er nog steeds sprake is van illegale bewoning op het recreatieadres, zal een besluit last onder dwangsom worden opgelegd. Dit zal zich voordoen in de vorm van een last onder dwangsom. Wat betreft deze last bedraagt de hoogte van de dwangsom € 1.500,- per maand dat de overtreding voortduurt of een gedeelte daarvan tot een maximumbedrag van € 15.000,-. De begunstigingstermijn bedraagt zes maanden. De hoogte van de dwangsom alsmede de begunstigingstermijn worden volgens vaste rechtspraak redelijk geacht. Indien de overtreder niet (tijdig) gevolg geeft aan het besluit last onder dwangsom, wordt overgegaan tot verbeuring van de dwangsom. Wanneer de overtreding na het verbeuren van het maximumbedrag niet is beëindigd, zal er een nieuw handhavingsbesluit worden genomen. Het hierin opgenomen bedrag voor de dwangsom kan dan worden verhoogd. De specifieke inhoud van dit besluit hangt af van de feitelijke omstandigheden.

Rechtspraak bij dit artikel