Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

Productenlijst / werkvoorraad

Onderdeel van Uitvoeringsplan vergunningverlening, toezicht en handhaving 2024

2.2.1 . Vergunningen Onderdeel Aantal Totaal Omgevingsplanactiviteiten (omgevingsvergunningen) Ruimtelijk 122 Kappen 8 In-uitrit 12 Werk of werkzaamheden uitvoeren 2 Monument wijzigen 1 Sloopvergunning 2 147 Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) (omgevingsvergunning) Kleine BOPA (kruimelgevallen regeling) 30 Grote BOPA 3 33 Vooroverleggen (informele verzoeken op wenselijkheid/haalbaarheid) Principeverzoeken toets op wenselijkheid 15 Vooraanvraag toets aan Omgevingsplan en Welstand 50 65 Informatieverzoeken Vergunning check, toets of vergunning nodig is 250 Algemene informatievraag over bouwregels en gebruiksvoorschriften 200 450 Wet Kwaliteitsborging (WKB) Vergunningen 34 Meldingen 48 82 Meldingen Slopen zonder asbest) 15 Slopen met asbest 50 Particuliere sloop (verwijdering asbest) 80 Brandveilig gebruik 5 150 2.2..2 . Toezicht en Handhaving Voor 2024 is de verwachting dat er extra controles gedaan moeten worden in het kader van enkele grote projecten op AFC Nieuw Prinsenland (+70) en dat handhaving op onrechtmatige bewoning vooral extra bureauonderzoeken zal vergen (+150). Deze inspecties en bureauonderzoeken werden tot heden vooral in de reguliere werkvoorraad ingepast, maar het is gebleken dat afgelopen jaren de inspecties op de reguliere werkvoorraad daarmee in het gedrang kwamen. Vanaf 2024 is daarom besloten de intensievere inspecties projectmatig vast te leggen onder het kopje bijzondere thema’s. Hiervoor zal naast de reguliere werkvoorraad tijd gereserveerd moeten worden. Afbeelding 1 toont de te verwachten inspecties voor 2024. Omdat het aantal categorieën waarop inspecties moeten worden uitgevoerd inmiddels wel erg uitgebreid worden en omdat er vanaf 1 januari 2024 zowel de Omgevingswet als de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen van kracht worden is er samen met de toezichthouders voor gekozen om het aantal categorieën ‘in te dikken’. Afbeelding 2 toont de nieuwe verdeling van categorieën, afbeelding 3 toont de vertaalslag waarop de nieuwe categorieën tot stand zijn gekomen. Afbeelding 1 – verwachte controles 2024 t.o.v. 2023 Bezetting 2023 en 2024 moeten worden gezien als een overgangsperiode. In november 2022 is een junior toezichthouder gestart waarvan de capaciteit in 2023 nog niet volledig kon worden benut door diens opleidings- en cursustraject. Deze junior heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een zelfstandige medior toezichthouder. De tweede (senior) toezichthouder wordt momenteel ingehuurd voor 3 dagen per week. Voor deze positie wordt in 2024 een vacature opengesteld voor een tweede vaste toezichthouder (medior of senior). Ook hier zal rekening gehouden moeten worden met een mogelijk overdrachts- en inwerktraject. Vereenvoudiging toezichtcategorieën van 44 naar 17 Er is vanuit de toezichthouders aangegeven dat er sterke behoefte is aan een vereenvoudiging van het aantal categorieën toezicht en handhaving (nu: 36 categorieën + 8 nieuwe voor 2024). Eén van de redenen hiervoor is dat bij veel categorieën geldt dat er in principe dezelfde taken, handelingen en werkzaamheden voor moeten worden uitgevoerd. Daarom wordt onderstaand kort geschetst hoe een aantal dubbele categorieën komen te vervallen, omdat het toezicht voor sloop is overgeheveld naar de OMWB, en/of dat categorieën met gelijksoortige werkzaamheden in elkaar kunnen worden geschoven. Uiteindelijk leidt dat tot een vertaling naar een categorisering naar grootte van werken op basis van de bouwsommen zoals ook bij veel andere gemeenten gebruikelijk, en dit een landelijk geaccepteerde verdeling van werkzaamheden is. Omdat naast de Omgevingswet, de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) (deels) in werking treedt per 1 januari 2024, ontstaat nóg een verschuiving van werkzaamheden waar het gaat om het reguliere toezicht op de ‘kleinere’ plannen zoals grondgebonden woningen en kleinschalige bedrijfsgebouwen (gebouwen in gevolgklasse 1). Onder de Wkb houdt de gemeente, los van de al dan niet benodigde vergunningen, nog steeds toezicht op het ruimtelijk deel van die bouwplannen; te weten de exacte locatie, welstand en de omgevingsveiligheid. Daarnaast beoordeelt de gemeente het eind-opleverrapport van de kwaliteitsborger op volledigheid en juistheid (feitelijk: bureautoezicht achteraf). In de meeste gevallen zal dit een gestandaardiseerd proces zijn voor de toezichthouder, maar in voorkomende gevallen kan/moet er alsnog besloten worden om handhavend of corrigerend op te treden als blijkt dat zaken niet acceptabel zijn om de woning of het pand in gebruik te laten nemen. Hier zal komend jaar ook de nodige ervaring mee moeten worden opgedaan en dit zal zeker een leerproces zijn. Om bij al deze veranderingen het overzicht te kunnen behouden is daarom besloten 2024 als overgangsjaar te kiezen voor het vereenvoudigen van het aantal toezichts- en handhavingscategorieën in plaats van de hierboven genoemde 44 categorieën. In afbeelding 1 hierboven is nog sprake van de bekende 36 categorieën met als 8 nieuwe categorieën de Wkb en de bijzondere thema’s. Van de Wkb gaan overigens alleen nog de plannen in gevolgklasse 1 over naar de kwaliteitsborging. Gevolgklasse 2 volgt pas over enkele jaren maar wordt volledigheidshalve wel alvast benoemd in de lijst. Onderstaand in afbeelding 2 overzicht na de ‘indikking’ van het aantal categorieën en de verdeling van het aantal fysieke toezichtcontroles en de bureaucontroles. Aan de hand van de matrixen die zijn vastgelegd in het beleidskader Wkb worden de gebruiksfuncties beoordeeld naar zwaarte van de voor die gebruiksfuncties vastgestelde risico’s ten aanzien van constructies, brandveiligheid, gebruiksveiligheid, klimaat en duurzaamheid en bruikbaarheid. Afbeelding 2 – overzicht categorieën na ‘indikking’ Toelichting nieuwe categorieën De activiteiten in afbeelding 2 worden nu naar grootte van de bouwsommen verdeeld. In de VTH-terminologie betekent BRIKS: Bouw, Reclame, Inrit, Kap en Sloop. Feitelijk alle omgevingsvergunningen waarvoor meestal de enkelvoudige (korte) vergunningprocedure geldt. Reclame is in principe vergunningsvrij verklaard in Steenbergen, maar voor grotere reclamezuilen kan nog steeds een vergunning worden geëist. Daarom staat reclame nog steeds benoemd in dit overzicht én om bewust aan te blijven sluiten bij landelijk gebruikte terminologie. Alle taken rondom sloop zijn in principe uitbesteed aan de OMWB, maar in een voorkomend geval kan assistentie worden gevraagd aan onze toezichthouders door de toezichthouders van OMWB én raken sloopveiligheidsplannen vaak de bouwveiligheidsplannen van een project. Daarom staat sloop nog steeds benoemd in dit overzicht. Omdat de werkzaamheden in Steenbergen zó kunnen worden ingedeeld dat we met uniforme checklisten zowel de BRIKS-taken alsook de taken rondom aanlegwerkzaamheden (W), welstand (W) en monumenten (M) kunnen controleren kiezen we ervoor om het toezicht op alle taken te combineren tot de taak: BRIKSWWM. Afbeelding 3 – overzicht proces van indikken van categorieën Maatwerkbeoordeling prioritering en urgentie In het VTH-beleidsplan wat is vastgesteld, is vanuit een matrix bepaald welke activiteiten of werkzaamheden een hoge of lage prioritering krijgen. Het VTH-beleidsplan gaat bij handhavingstaken vooral uit van prioritering bij ontvangen handhavingsverzoeken. Echter ontvangen de toezichthouders vaak eerst reguliere klachten of doen zij zelf constateringen waarvoor de ‘harde’ prioritering zoals deze nu is vastgesteld onvoldoende dekking biedt om tot een juiste beslissing te komen. Een voorbeeld: een illegale schuur (bijgebouw) heeft een lagere prioriteit dan een gevelwijziging van een monumentaal pand. Echter wanneer deze illegale schuur in één van de kernen staat en de eigenaar veroorzaakt hiermee ernstige hinder, overlast of zelfs gevaar voor zijn omgeving achten de toezichthouders het redelijk en het te verantwoorden om eerst die illegale schuur met lagere prioritering te handhaven dan de illegale gevelwijziging van een monumentaal pand. Dit kan door de algemeen vrij lage inschatting van het omgevingsrisico voor bijgebouwen in een voorkomend geval hoger in te schalen waardoor een hogere prioritering (urgentie) ontstaat om meer maatwerk keuzes te maken. Hiertoe zullen de toezichthouders actiever gebruikmaken van de mogelijkheden in het VTH-beleidsplan door in voorkomende gevallen en na zorgvuldige afweging van belangen ‘aan de knoppen’ te draaien wanneer het gaat om (direct) gevaar of ernstige of langdurige hinder voor de omgeving. Deze methodiek past in de lijn van het VTH-beleidsplan en de Landelijke handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) en zal, alvorens tot actieve handhaving wordt overgegaan altijd worden getoetst (4-ogen principe) met de afdelingsjurist. Afbeelding 4 toont hoe hieraan overzichtelijk invulling kan worden gegeven. Afbeelding 4 – maatwerkbeoordeling prioritering in relatie tot omgevingsrisico Tenslotte volgt er vanuit het recent vastgestelde beleid voor het toezicht onder de Wkb dat er op gebouwniveau per gebouwtype wordt gekeken naar de risico’s voor de gebruiker van dat gebouw op de onderdelen constructie, brandveiligheid, gebruiksveiligheid, klimaat, duurzaamheid en bruikbaarheid. Op basis van die risico’s wordt de diepgang van de controles bepaald. Afbeelding 5 – bepaling diepgang controles gebruikersrisico Brandveiligheid Het team VTH werkt samen met de Brandweer Midden- en West-Brabant aan het brandveilig gebruik van (zorg)instellingen. In overleg met de brandweer worden de controles uitgevoerd bij (zorg)instellingen, waar het niveau van zelfredzaamheid van de gebruikers laag is en waar de kans op brand en de frequentie van het gebruik een essentieel onderdeel is. De Brandweer Midden –en West-Brabant stelt zelf jaarlijks een basistakenpakket vast.

Rechtspraak bij dit artikel