Naar hoofdinhoud
1.. De voorzitter geeft bij de start van de behandeling van een agendapunt kort aan wat het onderwerp is en welk besluit voorligt; 2.. De leden van de raad en overige aanwezigen richten zich tot de voorzitter; 3.. Tijdens de eerste termijn vinden er geen interrupties plaats, met uitzondering van korte verhelderende vragen via de voorzitter; 4.. Sprekers voeren in principe het woord vanaf het katheder (incl. microfoon). In de raadzaal is er één katheder en één interruptiemicrofoon aanwezig. De voorzitter voert het woord via een microfoon op zijn/haar zitplaats. Voor interrupties wordt gebruik gemaakt van de interruptiemicrofoon; 5.. De spreker die niet in staat is te spreken via de voor hem /haar bestemde spreekplaats kan het woord voeren via een microfoon op zijn of haar zitplaats; 6.. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken.

Rechtspraak bij dit artikel