Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3

Artikel 30

Algemene bepalingen over stemming

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Brunssum 2023

1.. De voorzitter vraagt, onder vermelding van het te nemen besluit, of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel unaniem is aangenomen; 2.. In de raadsvergadering aanwezige leden kunnen, ten behoeve van de geluids- en/of videoopname zoals bedoeld in artikel 19 van dit reglement, mededelen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te moeten onthouden; 3.. De leden brengen de stem uit door middel van handopsteking; 4.. Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen; dit is niet van toepassing in geval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond van dat lid niet geldig was; en in een vergadering als bedoeld in artikel 20, tweede lid van de Gemeentewet, voor zover het betreft onderwerpen die in de daaraan voorafgaande, ingevolge artikel 20, eerste lid van de Gemeentewet, niet geopende vergadering aan de orde waren gesteld; 5.. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen en het aantal onthoudingen van stemmen; 6.. Een lid van de raad neemt niet deel aan de beraadslaging en stemming over: een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij/zij als vertegenwoordiger is betrokken; de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij/zij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij/zij behoort; Op de beraadslaging en stemming, is artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing; 7.. Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen aan de stemming verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje; 8.. Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij/zij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt. Het voorgaande lid is niet van toepassing bij het besluit betreffende de toelating van de na periodieke verkiezing benoemde leden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel