Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 11.

Onderzoek, gesprek, perspectiefplan

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2021 gemeente Koggenland

1.. Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie. Zo nodig wordt de cliënt gevraagd alle gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college hiervoor nodig zijn en waarover de cliënt op dat moment redelijkerwijs de beschikking kan krijgen ter beschikking te stellen aan het college. 2.. De cliënt verstrekt een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage. 3.. Als de cliënt genoegzaam bekend is bij de gemeente, kan het college in overeenstemming met de cliënt afzien van een onderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid. 4.. Het college stelt in een of meerdere gesprekken samen met de cliënt vast: Wat de hulpvraag is en wat de situatie is op alle leefgebieden. De mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang. De mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang. De behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt. Het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning. Of en welke ondersteuning nodig is vanuit de algemene voorzieningen. Of en welke extra ondersteuning nodig is in de vorm van een maatwerkvoorziening. Op welke wijze de ondersteuning bedoeld onder c, d en e wordt afgestemd met de inwoner. Als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de cliënt daarover geïnformeerd. Indien van toepassing of de cliënt een persoonsgebonden budget wenst. 5.. De schriftelijke weergave van uitkomsten van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 8 van de wet wordt vastgelegd in deel twee van het perspectiefplan. 6.. Het (ondertekende) perspectiefplan wordt, voor zover van toepassing voor een effectieve uitvoering van de maatschappelijke ondersteuning ten behoeve van de cliënt, gedeeld met de betrokken aanbieder met inachtneming van de geldende privacyregelgeving. 7.. Wanneer sprake is van het inzetten van een maatwerkvoorziening bestaande uit een arrangement voor huishoudelijke hulp, individuele begeleiding en/of dagbesteding maken de aanbieder en de cliënt binnen de kaders van het perspectiefplan in deel drie afspraken over de te leveren maatwerkvoorziening. 8.. In deel drie van het perspectiefplan worden afspraken opgenomen over het moment en de wijze waarop de resultaten van het perspectiefplan met de cliënt, de betrokken medewerker van het Zorgteam en de aanbieder besproken worden. 9.. Het volledig ingevulde perspectiefplan wordt door de betrokken medewerker van het Zorgteam, de cliënt en, in het geval van een maatwerkvoorziening bestaande uit een arrangement, door de aanbieder ondertekend. 10.. Het ondertekende perspectiefplan, dan wel de weergave ervan in een gespreksverslag, wordt door gedeeld met cliënt en opgeslagen in de administratie van het Zorgteam. 11.. De periode tussen de melding voor ondersteuning en het beoordelen van het perspectiefplan behelst maximaal zes weken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel