Het is de onderneming aan wie een jaarlijkse subsidie is verstrekt, toegestaan om een egalisatiereserve ten laste van de gemeentelijke subsidie te vormen.
Het verschil tussen de vastgestelde gemeentelijke subsidie en de werkelijke kosten van activiteiten waarvoor deze subsidie werd verleend, komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van een apart ingestelde egalisatiereserve dat alleen is opgebouwd uit gemeentelijke subsidie.
De omvang van de egalisatiereserve bedraagt niet meer dan 20% van de verleende subsidie.
De in lid 1 genoemde egalisatiereserve kan uitsluitend na schriftelijke toestemming van het college worden aangewend.
Na afloop van de periode waarvoor subsidie is verleend, dan wel na beëindiging van de subsidierelatie restitueert de subsidieontvanger het bedrag van deze reserve binnen een redelijke termijn zoals deze tussen het college en de subsidieontvanger wordt afgesproken.
In afwijking van de leden 1, 2 en 3 van dit artikel is het een onderneming die een jaarlijkse subsidie ter dekking van exploitatiekosten ontvangt, toegestaan een totaal aan reserves ter hoogte van maximaal 20% van de jaarlijkse exploitatielasten aan te houden.
Indien de in lid 6 genoemde totaal aan opgebouwde reserves hoger zijn dan 20% van de jaarlijkse exploitatielasten, wordt door het college de subsidie op een lager bedrag vastgesteld. Dit gebeurt naar evenredigheid van het aandeel dat de verleende subsidie heeft in het totaal aan subsidie inkomsten van die onderneming.
Het college kan bij beschikking afwijken van het bepaalde in het derde en het zevende lid.