Aan de directeur wordt mandaat verleend als bedoeld in afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht voor de uitoefening van de bevoegdheden, behorende tot het aan de Omgevingsdienst Groningen opgedragen takenpakket als bedoeld in de dienstverleningsovereenkomst.
Aan de directeur wordt mandaat verleend tot aanwijzing van medewerkers of van categorieën medewerkers, als bedoeld in artikel 18.6 lid 1 van de Omgevingswet.
Bij afwezigheid van de directeur van de Omgevingsdienst Groningen wordt het mandaat als bedoeld in het eerste lid verleend aan de plaatsvervangend directeur.