Beschrijving:
Karakteristiek voor de gemeente Medemblik is het samenhangend patroon van linten met bebouwing en beplanting (zie groenstructuurpaspoort ‘Lintstructuren’) en daarachter een open en overwegend agrarisch gebied met verspreid liggende bebouwing. In de structuurkaart zijn vier typen landschap onderscheiden, aangevuld met belangrijke (groen)gebieden waar natuur (NNN en weidevogels) en/of recreatie belangrijk zijn.
Gewenst beeld en aanpak:
Het veelal open poldergebied is een type landschap dat gevoelig is voor verdichting door middel van beplanting. Beplanting en groenelementen benadrukken identiteit en richting van het landschap. Verdichting door middel van groenelementen is passend rond de kernen en rondom losliggende erven. In de linten dient de beleving van het achterliggende open landschap behouden te blijven, dus wordt beplanting (zoals een haag of rij met knotwilgen) haaks op ontsluitingswegen geplaatst (in de richting van het landschap). Laanstructuren zijn passend langs historische lijnen. We houden rekening met de weidevogelleefgebieden. Op andere plekken worden bomen, waar mogelijk, meer solitair of pluksgewijs toegepast. Bij voorkeur rondom verspreid liggende erven in het open landschap, omdat hier al massa aanwezig is. Op deze manier ontstaan beplantingseilanden, wordt de openheid en identiteit zo min mogelijk verstoord en is er schaduw mogelijk langs wandel- en fietsroutes. Landschappelijke barrières kunnen worden verzacht door het inpassen van groen en bomen. Groen sluit tot slot aan bij de functionaliteit en het grondgebruik. Bebouwing wordt waar mogelijk groen ingepast. Omdat de grond veelal privaat terrein is, wordt bij initiatieven en ontwikkelingen gestuurd op bijdrage aan landschappelijk kwaliteit.
Draagt bij aan:
In het buitengebied draagt groen bij aan alle thema’s en wordt per plek en functie van de plek het thema bepaald. Daarbij is het belangrijk om aan te sluiten op de kaders van het onderliggende, karakteristieke landschap en de (economische) functie van de plek of omliggende grond.
Inrichtingsprincipes Buitengebied
Inrichtingsprincipes
Biodiversiteit en natuurwaarden
Klimaatadaptatie en duurzaamheid
Economie, recreatie en toerisme
Identiteit en beleving
Vitale leefomgeving
Pas beplantingselementen toe in de richting van het landschap, passend bij het landschapstype (denkend aan landschappelijke haag langs erfgrenzen, knotbomen rijen langs erven of watergangen
X
X
Overlast gevende bomen (in de zin van allergie, pollen, natuurlijk afval, etc.) zijn hier minder een probleem.
x
x
Onderzoek in akkerbouwgebieden of er sprake is van een spuitvrijezone (bufferzone tot woningen). Hier liggen kansen voor de ontwikkeling van kruidenrijk grasland.
X
x
X
x
X
Houdt bij het planten van bomen in bermen voldoende afstand tot een in- en uitrit in verband met de draaicirkel van grote voertuigen.
x
Pas geen nieuwe laanstructuren toe in weidevogelleefgebieden in verband met roofvogels. De weidevogelleefgebieden liggen in de Bijzondere Provinciale Landschappen (BPL). Lage beplanting kan hier wel worden toegepast.
x
x
Stuur bij initiatieven aan op het versterken van landschappelijke kwaliteiten en vergroening
X
X
X
X
Pas in geval van ecologisch bermbeheer de kleurkeur toe.
x
x
x
Zorg dat er bij ontwikkelingen en initiatieven wordt geïnvesteerd in landschappelijke kwaliteiten en groenkwaliteiten.
x
x
Kies geen waardplanten voor bacterievuur i.v.m. fruitteelt.
x
Beheerprincipes Buitengebied
Beheerprincipes
Biodiversiteit en natuurwaarden
Klimaatadaptatie en duurzaamheid
Economie, recreatie en toerisme
Identiteit en beleving
Vitale leefomgeving
Zorg boven landbouwgronden voor een takvrije hoogte van 4,5 meter.
x
Pas extensief maaibeheer toe waar mogelijk, rekening houdend met (verkeers-)veiligheid
x
Voorkom dat belendende agrarische percelen last krijgen van overwaaiend onkruidzaad zoals akkerdistel en fluitenkruid.
x
Organisatie- en samenwerkingsprincipes Buitengebied
Organisatie- en samenwerkingsprincipes
Biodiversiteit en natuurwaarden
Klimaatadaptatie en duurzaamheid
Economie, recreatie en toerisme
Identiteit en beleving
Vitale leefomgeving
Sta het maaien en/of beheren van door lokale ondernemers met groenkennis toe, waarbij structuur en beeld nadrukkelijk een geheel moet blijven.
x
Beperk adoptiegroen tot een minimum, of in ieder geval onder strenge voorwaarden, zodat structuur en beeld een geheel blijven.
x
Stimuleer samenwerking voor agrarisch natuurbeheer op aangrenzende randen (bijvoorbeeld langs de Kromme Leek) en het toegankelijk maken van de structuren op aangrenzende percelen (denk hierbij aan agrarische nevenfuncties).
x
x
Verkoop van gemeentegroen is onder voorwaarden mogelijk.
x
x
x
Bij het inrichten van groene verbindingszones in het buitengebied zal worden samengewerkt met (lokale en regionale) stakeholders.
x
x
x
x
x
Onderzoek samen met grondeigenaren waar vergroening, en het toepassen van groenmassa rond bebouwing mogelijk is.
X
x
X
Geef bij initiatieven duidelijke groene en landschappelijke kaders, kwaliteiten en doelstellingen mee.
x
x
x
x
x
Deel kennis en vergroot de biodiversiteit door bijvoorbeeld het faciliteren van erfscans op boerenerven.
x
x
x
Stimuleer samenwerking in ecologisch groenbeheer (agrarisch natuurbeheer en ecologisch bermbeheer van de gemeente kunnen elkaar versterken)
x
x
Deel kennis over beschikbare subsidies om het buitengebied te vergroenen en de kwaliteit van groen te verbeteren.
x
x
x