In De Ontmoeting kunnen inwoners, bedrijven en instellingen, gezamenlijk gedurende maximaal vijftien minuten, het woord voeren over een onderwerp naar keuze. Hiervoor is het agendapunt ‘Spreekrecht voor het publiek’ opgenomen.
Het verzoek om in te spreken kan gemotiveerd worden afgewezen.
Het woord kan in ieder geval niet gevoerd worden:
over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan of waartegen een schriftelijke zienswijze is ingediend of kon worden ingediend;
over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
over zaken waarover eerder al is ingesproken en waaraan geen nieuwe feiten kunnen worden toegevoegd.
Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit minstens 4 uur voor aanvang van de vergadering bij de griffier. Diegene meldt daarbij naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover wordt ingesproken.
De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.
Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan drie sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.
De spreker voert het woord vanaf een door de voorzitter aangewezen plaats, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. Na het inspreken stelt de voorzitter de aanwezigen in de gelegenheid nadere vragen aan de inspreker te stellen. Desgewenst kan de voorzitter een lid van het college het woord geven voor een nadere toelichting in reactie op een inspreker en/of een raadslid, respectievelijk een burgerlid.
De voorzitter of een raadslid, respectievelijk burgerlid, kan een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger doen.
Van de door de inspreker gemaakte opmerkingen en/of gestelde vragen worden aantekeningen gemaakt door de griffier.
Hoofdstuk 3
Artikel 24