De raadsvoorzitter vraagt of stemming over een voorstel wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de raadsvoorzitter dit niet verlangt, stelt de raadsvoorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen.
In de vergadering aanwezige raadsleden kunnen aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden ten aanzien van een door hen omschreven deel van het voorstel, dan wel het gehele voorstel te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden. De raadsvoorzitter meldt de gevraagde aantekening bij het formuleren van het door de raad genomen besluit.
Indien door een of meer raadsleden hoofdelijke stemming wordt gevraagd, doet de raadsvoorzitter daarvan mededeling.
De raadsvoorzitter (of de griffier) roept de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor in overeenstemming met artikel 43 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst.
Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig raadslid, dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden op grond van artikel 28 van de Gemeentewet, verplicht zijn stem uit te brengen.
De raadsleden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging.
Heeft een raadslid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende raadslid gestemd heeft. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan hij, nadat de raadsvoorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist. Deze aantekening heeft geen invloed op de uitslag van de stemming.
De raadsvoorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal ‘voor’ en ‘tegen’ uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.
Hoofdstuk 6
Artikel 46