Het omgevingsrecht was versnipperd in tientallen wetten, ongeveer 120 AMvB’s en een vergelijkbaar aantal ministeriële regelingen. Deze historisch gegroeide hoeveelheid aan wetten, regels en afspraken voor de fysieke leefomgeving zijn sinds 1 januari 2024 geïntegreerd in één nieuw stelsel. De Omgevingswet zet de gebruiker centraal én beoogt meer flexibiliteit te bieden. De wet gaat over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving en bevat regels over ruimtelijke ordening, infrastructuur, bouwen, monumenten, milieu, natuur en brandveiligheid. Het doel van de Omgevingswet is meer ruimte voor maatwerk, minder regels, minder onderzoekslasten en heldere toetsingskaders.
De wet kent vier verbeterdoelen:
Vergroten van inzichtelijkheid;
Integrale gebiedsbenadering;
Verbeteren en versnellen van de besluitvorming;
Vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte.
De Omgevingswet is ingrijpend en vergt de nodige veranderingen in de organisatie en processen.
De wet richt zich, in lijn met de bovenstaande verbeterdoelen, grotendeels op cultuur, houding en werkwijze en in mindere mate op de invoering van juridisch-planologische instrumenten. Daarmee sluit de Omgevingswet aan bij de veranderprocessen die veel gemeenten al hebben ingezet (bijvoorbeeld het resultaat- en klantgericht werken) als gevolg van een veranderende samenleving. Voor de gemeente kent de Omgevingswet vier kerninstrumenten. Dit zijn de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan, Programma’s en de Omgevingsvergunning.
Er zal gestuurd worden op deregulering en doelvoorschriften. Dat geeft meer ruimte aan bijv. ondernemers om eisen in te vullen. Meer vrijheid betekent ook meer maatwerk en overleg en kost daardoor meer tijd.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.1
Omgevingswet
Onderdeel van Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024