Bevoegde overheden en handhavingsinstanties in Nederland hebben gezamenlijk de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (hierna: LHSO) vastgesteld. Ook de gemeente Etten-Leur werkt conform de LHSO en stelt de LHSO vast. Met de LHSO grijpen overheden passend en uniform in bij bevindingen die gedaan zijn tijdens toezicht. Zo zorgt de LHSO voor een gelijk speelveld. Verder verbindt de LHSO het bestuurs- en strafrecht met elkaar.
De LHSO is de opvolger van de LHS uit 2014. In de kern is de strategie nagenoeg onveranderd. Wat anders is, is dat de aansluiting op de Omgevingswet goed wordt gelegd, terminologie wordt geactualiseerd en de bestuurlijke boete wordt toegevoegd. Verder is de relatie tussen bestuursrecht en strafrecht (nog) beter beschreven en geborgd. Het LHSO is toegevoegd als bijlage 4.
Verzoek tot handhaving
Een verzoek tot handhaving is een instrument voor inwoners en ondernemers (en in sommige gevallen overheden) om de gemeente te attenderen op (mogelijke) overtreding van wet- en regelgeving. Om een kwalitatief goede dienstverlening te borgen is het van belang verzoeken tot handhaving in overeenstemming met de daarvoor gemaakte werkafspraken in behandeling worden genomen. Een verzoek tot handhaving wordt altijd in behandeling genomen en afgewerkt binnen de daarvoor geldende termijn. Een toezichthouder zal de situatie op locatie beoordelen en wij zullen de verzoeker informeren over de verdere afhandeling van het verzoek tot handhaving. In het geval van een verzoek tot handhaving is de gemeente gebonden aan de in de Algemene wet bestuursrecht gestelde termijnen. Echter streven wij ernaar om de verzoeker, maar ook de mogelijke overtreder, zo snel mogelijk duidelijkheid te verschaffen. Dit impliceert niet dat dan ook altijd tot handhaving wordt overgegaan. In sommige gevallen is geen sprake van een overtreding of kan de overtreding alsnog worden gelegaliseerd door aanpassingen of het verlenen van een omgevingsvergunning. Waar mogelijk proberen wij ook naast de formele procedure via buurtbemiddeling en/of mediation een oplossing te bereiken.
Afwijken van handhaving
Uit jurisprudentie blijkt, dat een handhavingsbeleid dat erop gericht is om nooit op te treden tegen overtredingen met een lage prioriteit, niet toelaatbaar is. Dit betekent echter niet dat er geen prioriteiten mogen worden gesteld bij de handhaving. Prioriteitstelling is toegestaan om in het kader van efficiënte handhaving onderscheid te maken in de manier waarop uitvoering wordt gegeven aan de handhavingstaak. Prioritering kan van invloed zijn op de mate waarin toezicht wordt gehouden op de naleving van voorschriften. Echter, als een belanghebbende om handhaving verzoekt, mag hier niet uitsluitend verwezen worden naar prioriteitstelling. Van handhaving mag alleen onder bijzondere omstandigheden worden afgezien. De keuze van een bestuursorgaan om in verband met een beperkte handhavingscapaciteit een bepaalde overtreding een lage prioriteit toe te kennen, geldt niet als een bijzondere omstandigheid. Het orgaan zal dus na een verzoek om handhaving een afweging moeten maken in het individuele geval, waarbij rekening gehouden moet worden met de belangen van de verzoeker. Dit kan resulteren in het besluit om van handhaving af te zien, rekening houdend met het karakter van het overtreden voorschrift, het daarbij betrokken algemene belang en de belangen van de verzoeker. Leidt de afweging naar aanleiding van een verzoek van een belanghebbende tot het nemen van een sanctiebesluit, dan levert dit geen strijd op met het gelijkheidsbeginsel ten opzichte van gevallen waarin niet om handhaving is verzocht en geen sanctiebesluit is genomen, aangezien in die gevallen er geen omstandigheid aanwezig is waarbij in de bestuurlijke afweging rekening moet worden gehouden met een verzoek tot handhaving.
Richtlijn handhaving bij overtreding door de eigen organisatie.
Het kan voorkomen dat de eigen organisatie een handeling verricht die in strijd is met wet- en regelgeving. Als dit geconstateerd wordt moet hiertegen opgetreden worden. Om te zorgen dat er in voorkomende gevallen gelijkluidend zal worden opgetreden is deze richtlijn opgesteld.
Collegiaal overleg
In eerste aanleg zal er bij het constateren van een overtreding een collegiaal overleg plaatsvinden. De toezichthouder die de overtreding heeft geconstateerd zal contact opnemen met zijn collega die betrokken is bij de gemaakte overtreding. Hij zal trachten het probleem op te lossen. Van het contact wordt een schriftelijke notitie gemaakt, die in het handhavingsdossier gevoegd wordt.
Overleg MT
Indien het overleg niet leidt tot het opheffen van de overtreding na het collegiaal overleg zal de toezichthouder die de overtreding heeft geconstateerd de uitkomst van het gesprek terugkoppelen met de juridisch adviseur. De juridisch adviseur zal de overtreding en het hieraan gekoppeld collegiaal overleg bespreken met het afdelingshoofd. Het afdelingshoofd zal de overtreding bespreken in het managementteam (MT). Ook hiervan wordt een schriftelijke notitie gemaakt, die aan het handhavingsdossier wordt toegevoegd.
Advies burgemeester en wethouders
Als via de het MT geen overeenstemming bereikt wordt over de geconstateerde overtreding zal de juridisch adviseur een advies voorleggen aan het college van burgemeester en wethouders. De beslissing van het college is dan bindend. Het advies, inclusief het besluit van het college, wordt eveneens toegevoegd aan het handhavingsdossier.
Richtlijn handhaving bij overtreding door andere overheden.
Het kan voorkomen dat andere overheden handelingen verrichten die in strijd zijn met wet- en regelgeving. Indien dit wordt geconstateerd, wordt hiertegen opgetreden zoals bij alle overige zaken. Dit gebeurt dan volgens de handhavingsstrategie die is vastgelegd in de LHSO. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de bestuurlijk portefeuillehouder handhaving zo spoedig mogelijk in kennis wordt gesteld van een handhavingszaak.
Gedoogstrategie
Wet- en regelgeving zijn bedoeld om chaos te voorkomen en (beleids-)doelstellingen te bereiken. Het college en in voorkomende gevallen de burgemeester, hebben daarom een wettelijke plicht om handhavend op te treden tegen overtredingen van wet- of regelgeving. Dit handhavend optreden is ook het uitgangspunt. Er zijn echter situaties denkbaar waarbij handhaving tijdelijk niet wenselijk of zelfs onmogelijk is. Men kan er dan voor kiezen om de overtreding te gedogen: “De bevoegdheid om op basis van een algemene belangenafweging tijdelijk en doelbewust op grond van een schriftelijk verzoek van de overtreder onder voorwaarden via een besluit geheel of gedeeltelijk af te zien van handhavend optreden tegen een overtreding”. Gedogen blijft altijd een uitzondering op de hoofdregel, te weten handhavend optreden. De spelregels die wij hieromtrent hanteren zijn vastgelegd in de ‘Beleidsregel gedogen gemeente Etten-Leur’.
Hoofdstuk 7. › Paragraaf 7.4
Artikel 7.4.1
Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht
Onderdeel van Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024