Het college subsidieert per uur per bezette peuterplek. Voor de in artikel 4 lid 1 genoemde doelgroepen gelden de volgende maximale subsidiebedragen:
a. voor de in artikel 3 lid 1 sub a en b genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplek per jaar: 16 uren per week* € 14,30 per uur*40 schoolweken minus de geldende ouderbijdrage;
b. voor de in artikel 3 lid 1 sub c genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplek per jaar: 5 tot maximaal 8 uren per week*€11,70*40 schoolweken minus de geldende ouderbijdrage;
c. Voor de in artikel 3 lid 1 sub d genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplek per jaar: 5 tot maximaal 8 uren per week* €1,45*40 schoolweken.
Voor de in artikel 3 lid 1 e genoemde doelgroep subsidieert het college een vast bedrag per VVE-peuter per kalenderjaar aan het VVE kindcentrum. Het subsidiebedrag per VE-peuter bedraagt € 2.592. Dit bedrag is gebaseerd op 640 VVE-uren peuteropvang (16 uur VE per week * 40 schoolweken) * € 4,05 (het verschil tussen het bedrag VVE-peuter per uur van € 14,30 en het bedrag fiscaal maximum kinderopvangtoeslag 2024 van € 10.25). Hierbij geldt een maximum van 6 uur per dag. Vanaf 1 augustus 2020 geldt de wettelijk te behalen urennorm van 960 uur voor peuters van 2,5 jaar tot 4 jaar oud. Deze subsidie kan tijdens maar niet na afloop van het kalenderjaar worden aangevraagd. 3. Deze regeling is een uitwerking van art. 3 van de Subsidieregeling maatschappelijke ontwikkeling 2024 en wordt jaarlijks door het college vastgesteld.