Voor het bepalen van de ruimte aflossing van een eventuele lening die door de gemeente wordt ver- strekt, worden de aflossingsbedragen aangehouden die bij aanvang van de lening van kracht zijn. Uitgangspunt is dat een lening binnen 36 termijnen dient te worden afgelost. Is daar geen sprake van, dan wordt, als het een niet verwijtbare lening betreft, na 36 aflossingstermijnen beoordeeld of het res- tantbedrag van de lening kan worden omgezet in bijstand om niet.
Houdt men zich niet aan de opgelegde aflossingsverplichting, dan wordt een terugvorderingsbesluit genomen en het terugvorderingsbedrag vastgesteld volgens de beleidsregels terugvordering.
Bij een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm:
Alleenstaande
Vast aflosbedrag
Alleenstaande, indienhij 18, 19 of 20 jaar is
€ 12,--
Alleenstaande, indienhij 21 jaarof ouder is
€ 47,--
Alleenstaande ouder
Vast aflosbedrag
Alleenstaande ouder,indien hij 18,19 of 20 jaar is
€ 25,--
Alleenstaande ouder,indien hij 21 jaar of ouder is
€ 60,--
Gezin
Vast aflosbedrag
Gezin, allenjonger dan 65 jaar
€ 67,--
Gezin, met twee meerderjarige personen van 18, 19 of 20 jaar
zonder ten laste komendekinderen
met ten laste komende kinderen
€ 23,--
€ 37,--
Een gezin datuit twee meerderjarige personen bestaat, waarvan een per- soon 18, 19 of 20 jaar is en waarvan de andere persoon 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar is
zonder ten laste komendekinderen
met ten lastekomende kinderen
€ 45,--
€ 60,--
Een gezindat uit driemeerjarige personen bestaat, waarvan twee perso- nen 18, 19 of 20 jaar zijn en waarvan een persoon 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar is zonder ten laste komende kinderen
€ 57,--
Belanghebbende van 65 jaar of ouder
Vast aflosbedrag
Alleenstaande
€ 52,--
Alleenstaande ouder
€ 65,--
Gezin, waarvaneen of meer65 jaar of ouder
€ 71,--
Verblijf in inrichting
Vast aflosbedrag
Alleenstaande of alleenstaande ouder
€ 18,--
Alle meerderjarige gezinsleden
€ 28,--
Bij een inkomen boven de 110% van de bijstandsnorm:
het bedrag dat hierboven wordt genoemd plus 35% van het meerinkomen boven de van toe- passing zijnde norm (110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm).
Heeft men een ander inkomen dan een WWB of IOAW uitkering, dan wordt periodiek nagegaan of het aflossingsbedrag hoger/lager moet worden vastgesteld.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.4.
Artikel 2.4.8.
Afloscapaciteit bij leningen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2012