Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 6.2.

Artikel 6.2.1.

Toeslag personen van 18 jaar t/m 20 jaar (verblijf buiten inrichting)

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2012

Jongeren in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar hebben slechts recht op een lage bijstandsnorm voor de noodzakelijke bestaanskosten (artikelen 20 en 21 WWB). In vele gevallen zijn geen toeslagen mo- gelijk op grond van de Verordening toeslagen en verlagingen van de gemeente Aalsmeer en Uithoorn. Ouders hebben op basis van het Burgerlijk Wetboek een onderhoudsplicht voor hun kinderen totdat deze de leeftijd van 21 jaar bereikt hebben. Om deze reden zijn de normen voor personen van 18 t/m 20 jaar zeer laag. Er is aangesloten bij de niveaus van de Algemene Kinderbijslagwet. Onder bepaalde omstandigheden kan echter bijzondere bijstand worden verleend voor algemene of bijzondere bijstand. De voorwaarden zijn opgenomen in artikel 12 WWB. Verlening van bijzondere bijstand is slechts mogelijk wanneer de noodzakelijke kosten van het bestaan van de belanghebbende uitgaan boven de toepasselijke bijstandsnorm en hij voor deze kosten geen beroep kan doen op zijn ouders, omdat: de middelen van de ouders daartoe niet toereikend zijn; of hij redelijkerwijs zijn onderhoudsrecht jegens zijn ouders niet te gelde kan maken (hierbij moet gedacht worden aan ouders die onvindbaar of niet bereikbaar zijn of aan de situatie waarin de relatie tussen ouders en kind ernstig verstoord is). Bij de beoordeling van een aanvraag om bijstand voor de noodzakelijke bestaanskosten voor een jongmeerderjarige rust op het college de plicht om zich een zo goed mogelijk beeld te vormen over de hoogte van de noodzakelijke bestaanskosten van de aanvrager. Daarbij zullen zij onder andere in aanmerking kunnen nemen of voor de aanvrager zelfstandige huisvesting wel of niet noodzakelijk is. Er is dus een gericht onderzoek naar alle van belang zijnde omstandigheden van de aanvrager nodig. Verhaalsplicht Wanneer met toepassing van artikel 12 WWB bijzondere bijstand wordt verleend aan een persoon van 18 t/m 20 jaar dan kan deze bijstand tot de grens van de onderhoudsplicht van artikel 395 onder a van Boek 1 BW worden verhaald op de onderhoudsplichtige ouders (artikel 61, lid 1 a WWB, artikel 13 invoeringswet en de beleidsregels verhaal). Met ingang van 1 augustus 2008 hebben de gemeente Aalsmeer en Uithoorn besloten af te zien van het verhalen van bijstand in dergelijke situaties. Wel is eventueel een verklaring noodzakelijk, waaruit blijkt dat de ouders niet willen of kunnen bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de jongere. Hoogte bijzondere bijstand De hoogte van de totale uitkering (norm algemene bijstand + toeslag bijzondere bijstand) bedraagt niet meer dan de uitkering die in een vergelijkbare situatie zou gelden voor personen van 21 jaar. Dit beleid is in overeenstemming met de aanbevelingen van de minister van SZW in zijn circulaire van 15- 11-1999 (circulaire bijstand aan jongeren). Omdat het hier verlening van bijzondere bijstand betreft, zal de uiteindelijke hoogte van de bijstand afgestemd moeten worden op de individuele omstandigheden. De hoogte van de bijzondere bijstand die is bedoeld voor bijzondere kosten (zoals een bril) wordt vastgesteld volgens de normale regels, zonder acht te slaan op de leeftijd van de betrokkene. Wel zal ook hier eerst gecontroleerd moeten worden of er is voldaan aan de eisen van artikel 12 WWB. Hoogte en duur van de bijzondere bijstand Maximale aanvulling op grond van de bijzondere bijstand tot de hoogte van de van toepassing zijnde rijksnorm, genoemd in artikel 21 WWB. Er wordt geen rekening gehouden met een fictieve toeslag. De bijzondere bijstand wordt verstrekt tot de persoon de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt. Vorm van de bijzondere bijstand De bijzondere bijstand wordt verstrekt als bijstand ‘om niet’ en bijzonder belast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel