Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 7.2.

Artikel 7.2.5.

Bewindvoering

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2012

De wettelijke bepalingen inzake bewindvoering zijn opgenomen in de artikelen 431 en volgende van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Dit betreft het zogenaamde beschermingsbewind. Daarnaast kent de Faillissementswet (Fw) sinds de invoering van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) enige bijzondere bepalingen met betrekking tot bewindvoering inzake schuldsanering bij na- tuurlijke personen. Tenzij de beloning bij de instelling van het bewind anders is geregeld, komt de bewindvoerder of, wanneer er meer bewindvoerders zijn, hun tezamen vijf procent van de netto-opbrengst van de onder bewind staande goederen toe (artikel 1:447, eerste lid, eerste volzin BW). Een periodieke uitkering kan volgens de Hoge Raad niet worden gerekend tot de opbrengst van de onder bewind staande goede- ren (zie HR 15-01-1988, nr. 7269). Hieruit volgt dat de bewindvoerder in beginsel geen recht heeft op een beloning, indien degene wiens goederen onder bewind zijn gesteld een inkomen heeft dat slechts bestaat uit een periodieke uitkering. Op grond van bijzondere omstandigheden kan de kantonrechter echter, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de bewindvoerder of van de rechthebbende, voor bepaalde of onbepaalde tijd de belo- ning anders regelen. Wanneer de kantonrechter zulks doet, zal de bewindvoerder wel (kosten-) ver- antwoording moeten afleggen, waardoor de beloning pas achteraf kan worden vastgesteld. Indien de kantonrechter de beloning niet - met toepassing van artikel 1:447, eerste lid, tweede volzin BW - afwij- kend vaststelt, en de bewindvoerder in gebreke blijft de kosten concreet te onderbouwen, dan is er geen recht op bijzondere bijstand voor kosten van bewind. WSNP-bewindvoering De WSNP is bedoeld voor degenen die buiten hun schuld (te goeder trouw) in een problematische schuldsituatie terecht zijn gekomen. Het hoofddoel van de WSNP is tegen te gaan dat een natuurlijk persoon, die in een problematische financiële situatie is terechtgekomen, tot in lengte van jaren met zijn schulden kan worden achtervolgd. Voor toelating tot de WSNP moet de schuldenaar een verzoek- schrift indienen bij de rechtbank. Indien een schuldenaar wordt toegelaten tot de WSNP benoemt de rechtbank een bewindvoerder. De bewindvoerder is belast met het toezicht op de naleving door de schuldenaar van diens verplichtingen op grond van de schuldsaneringsregeling. De vergoeding van kosten van bewindvoering in het kader van de WSNP is apart geregeld. De WSNP-bewindvoerder ontvangt een subsidie op grond van het Besluit subsidie bewindvoerder schuld- sanering en een salaris van € 42,-- of € 50,-- per maand op grond van het Besluit salaris bewindvoer- der schuldsanering (bedragen gelden per 1 juli 2011). Het salaris van de bewindvoerder van degene wiens schulden gesaneerd worden, komt ten laste van de onder bewind staande goederen (de boedel) en moet op grond van artikel 320 lid 7 Fw met voorrang daaruit worden betaald. Het salaris is in be- ginsel lager dan het voor beslag vatbare deel van een inkomen ter hoogte van de bijstandsnorm. Indien de rechtbank op verzoek van de bewindvoerder het salaris, gedurende of aan het einde van het WSNP-traject hoger vaststelt, kan het zijn dat de boedel ontoereikend is om dit salaris te voldoen. Indien de rechter een schuldsaneringsbewind heeft uitgesproken staat de noodzaak van dit bewind en daarmee de aan het bewind verbonden kosten in beginsel vast. In het kader van de vraag of de salariskosten van de WSNP-bewindvoerder voor bijstandsverlening in aanmerking komen is van belang te beoordelen of deze kosten zich voor een belanghebbende ook daadwerkelijk voordoen. Toereikende boedel Voor zover het salaris uit de boedel kan worden betaald is in deze kosten voorzien en is er om die reden in beginsel geen aanleiding om bijzondere bijstand te verlenen voor deze kosten. De kosten van het salaris van een door de rechtbank benoemde bewindvoerder komen dan ook niet in aanmerking voor verlening van bijzondere bijstand indien deze kosten gedurende de looptijd van de schuldsane- ring kunnen worden voldaan uit de boedel van een belanghebbende en aan het eind van de schuldsanering vaststaat dat belanghebbende aan zijn verplichtingen heeft voldaan, aangezien deze kosten dan geheel binnen het stelsel van de Fw worden afgewikkeld13zie bijvoorbeeld CRvB 21-06-2011, nr. 10/316 WWB, CRvB 21-06-2011, nrs. 10/578 WWB e.a. en CRvB 21-06-2011, nrs. 10/5497 WWB e.a.. Ontoereikende boedel Het kan voorkomen dat de rechtbank het salaris van de bewindvoerder hoger heeft vastgesteld dan het bedrag dat uit de boedel kan worden betaald. In dat geval mag de bewindvoerder het gedeelte van zijn salaris dat niet uit de boedel kan worden betaald niet bij belanghebbende in rekening brengen. Zo is een uitvoeringspraktijk waarbij van de betrokken schuldenaar wordt verlangd het salaris van de be- windvoerder steeds te betalen, ook al zakt zijn inkomen daardoor onder de beslagvrije voet, in strijd met de Fw14CRvB 29-06-2010, nr. 07/4970 WWB, CRvB 29-06-2010, nr. 07/5153 WWB en CRvB 21-06-2011, nr. 10/580 WWB. Als de boedel geen ruimte biedt voor de betaling van het voorschot op het salaris, doen de kosten zich niet voor en zijn deze, indien deze zijn voldaan, zonder noodzaak betaald15zie bijvoorbeeld CRvB 29-06-2010, nr. 07/4970 WWB, CRvB 29-06-2010, nr. 07/5153 WWB en CRvB 29-03-2011, nr. 10/2173 WWB. Ook wanneer de schuld- sanering is beëindigd omdat belanghebbende zijn verplichtingen niet is nagekomen, doen de kosten zich niet voor16zie CRvB 21-06-2011, nrs. 10/572 WWB e.a.. Om die reden bestaat er in beginsel dan ook geen aanleiding om bijzondere bijstand te verlenen voor de kosten van het salaris van de bewindvoerder, voor zover dat niet uit de boedel kan worden betaald. Geen schulden Nog te betalen (voorschot op) salaris voor de bewindvoerder is niet aan te merken als schuld in de zin van artikel 13, eerste lid, aanhef en onder g WWB. De bewoordingen van artikel 320, zevende lid, Fw, waarin het salaris en het voorschot daarop als een schuld van de boedel worden aangemerkt, maken dat niet anders. Met laatsgenoemd artikel is met name beoogd duidelijk te maken dat het salaris moet worden betaald uit de boedel en veilig te stellen dat deze betaling met voorrang boven betalingen aan de (eigenlijke) schuldenaars kan plaatshebben. Ook kan het bepaalde in artikel 320, zevende lid, Fw in samenhang met het Salarisbesluit en Subsi- diebesluit niet worden gezien als een voorliggende voorziening in de zin van artikel 15 WWB, aangezien belanghebbende immers uit zijn inkomen boven de beslagvrije voet dan wel boven het hogere vastgestelde vrij te laten bedrag het (voorschot op het) salaris van de bewindvoerder dient te betalen. Hoogte en duur bijzondere bijstand de kosten van bewindvoering worden voor een periode van 12 maanden toegekend; indien verlening na deze periode noodzakelijk is, kan na 10 maanden opnieuw een verzoek worden toegekend de kosten van bewindvoering, waarbij rekening wordt gehouden met draagkracht op grond van het inkomen Vorm van de bijzondere bijstand De bijstand wordt verleend in de vorm van bijstand ‘om niet’.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel