Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 7.2.

Artikel 7.2.7

Legesbedragen vluchtelingen en asielgerechtigden

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2012

Om in aanmerking te komen voor bijzondere bijstand voor de legeskosten in verband met het aanvragen van een verblijfsvergunning of naturalisatie moet de aanvrager ten tijde van het opkomen van deze kosten een met een Nederlander gelijkgestelde vreemdeling zijn (artikel 11, tweede en derde lid, WWB). In de meeste gevallen zullen reeds daarom de (leges)kosten voor de behandeling van een eerste aanvraag voor de verlening van een verblijfsvergunning niet in aanmerking komen voor bijstandsverlening. Indien de aanvraag betrekking heeft op kosten van een (eerste) verblijfsvergunning voor kinderen in het kader van gezinshereniging en de aanvraag is ingediend door de legaal in Nederland verblijvende ouder kan de afwijzing niet worden gebaseerd op artikel 11, tweede en derde lid, WWB (zie CRvB 31- 08-2004, nr. 02/4112 NABW). De afwijzing van deze aanvraag kan eventueel wel worden gebaseerd op de grond dat er geen bijzondere omstandigheden zijn. Indien de aanvraag betrekking heeft op kos- ten van een (eerste) verblijfsvergunning voor meerderjarige kinderen in het kader van gezinshereni- ging en de aanvraag is ingediend door de legaal in Nederland verblijvende ouder kan de afwijzing worden gebaseerd op de grond dat het meerderjarige kind niet tot het gezin van belanghebbende be- hoort (zie Rechtbank Arnhem 18-01-2006, nr. AWB 04/2842). Reguliere verblijfsvergunning Legeskosten voor de verlenging van een verblijfsvergunning of voor een eerste aanvraag van een verblijfsvergunning behoren in principe tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, welke kosten de belanghebbende in beginsel uit de bijstandsnorm dient te voldoen (zie CRvB 08-11-2005, nr. 04/3055 NABW, CRvB 16-05-2006, nr. 05/945 NABW en CRvB 26- 10-2010, nrs. 09/2436 WWB e.a.). Met ingang van 1 mei 2002 zijn de legesbedragen voor het aanvragen en verlengen van verblijfsver- gunningen aanzienlijk verhoogd. Vooral de minder draagkrachtige gezinnen werden hierdoor behoorlijk getroffen. De omstandigheid dat de legeskosten sinds 2002 ingrijpend zijn verhoogd en de omstandigheid dat deze kosten jaarlijks terugkeren vormen blijkens uitspraken van de CRvB geen bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 35, eerste lid, WWB. De gemeenten Uithoorn en Aalsmeer verstrekken, als zijnde buitenwettelijk begunstigend beleid, sinds 2002 voor de legeskosten verbonden aan het aanvragen of verlengen van een verblijfsvergunning voor vluchtelingen en asielgerechtigden. Alleen de legeskosten van de eerste aanvraag/ verlenging/ wijziging van de verblijfsvergunning na de tariefsverhoging van 2002 komen in aanmerking voor bijstandsverlening, mits de aanvrager behoort tot de kring der rechthebbenden. Voor een vervolgaanvraag wordt alleen nog in bijzondere omstandigheden bijzondere bijstand verstrekt. In dat geval wordt de bijzondere bijstand verstrekt in de vorm van leenbijstand. Machtiging tot voorlopig verblijf/ visa Jaarlijks worden er zo’n 60.000 machtigingen tot voorlopig verblijf aangevraagd. Deze worden alle- maal door de IND behandeld. Verder worden er jaarlijks zo’n 22.000 visa-aanvragen voor kort verblijf door de IND behandeld. Voor machtigingen tot voorlopig verblijf (MVV) en visa wordt geen bijzondere bijstand verstrekt. Im- mers, het maken van dergelijke kosten betreft een keuze van betrokkene zelf. Zij worden gemaakt omdat de aanvrager de wens heeft (kortstondig) in Nederland te verblijven in verband met bijvoorbeeld werk of vakantie. Hoogte bijzondere bijstand De kosten van een aanvraag of verlenging of wijziging van een verblijfsvergunning regulier (on)bepaalde tijd. Vorm van de bijzondere bijstand De bijstand wordt verleend in de vorm van bijstand ‘om niet’. Bij een volgende aanvraag wordt de bij- zondere bijstand in de vorm van leenbijstand verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel