Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 7.6.

Artikel 7.6.4.

Geneesmiddelen (medicijnen)

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2012

De AWBZ en Zvw vergoeden in het algemeen alle noodzakelijke kosten die verband houden met me- dische of paramedische behandeling. Beide regelingen gelden samen in het kader van de WWB als een voorliggende voorziening die passend en toereikend is. Bijstandsverlening voor deze kosten is daarom in beginsel uitgesloten (artikel 15 WWB). Indien in het kader van de AWBZ en Zvw op grond van een bewuste beslissing over de noodzakelijk- heid van een voorziening de keuze is gemaakt om één of meer kostensoorten niet in de voorziening op te nemen of de voorziening in een bepaalde situatie niet noodzakelijk te achten, dient de WWB zich bij die keuze aan te sluiten en komt men ten aanzien van die kosten niet voor bijstandsverlening in aanmerking (zie TK 2002-2003, 28 870, nr. 3, p. 46; CRvB 03-07-2001, nrs. 00/1989 en 00/1993 NABW). Dit betekent in het algemeen dat kostensoorten die niet op grond van de Zvw of AWBZ worden vergoed ook niet in aanmerking komen voor bijzondere bijstand krachtens artikel 35, eerste lid, WWB. Dit is slechts dan anders als de betreffende kosten noodzakelijk zijn, maar de kosten om budgettaire re- denen niet of niet langer op grond van een voorliggende voorziening (volledig) worden vergoed. Dan heeft het college wel de mogelijkheid om op grond van artikel 35, eerste lid, WWB (aanvullende) bij- zondere bijstand te verlenen. Aanspraak op geneesmiddelen De AWBZ en Zvw dienen voor de kosten van geneesmiddelen in beginsel als aan de WWB voorliggende, toereikende en passende voorzieningen te worden beschouwd. De aanspraak op geneesmid- delen is gergeld in de Regeling zorgverzekering. Bijlage 2 bij deze regeling bevat een overzicht van de geneesmiddelen waarop, soms onder bepaalde voorwaarden, aanspraak kan worden gemaakt. Indien de AWBZ en Zvw de voorgeschreven geneesmiddelen niet vergoeden, bestaat er in beginsel ook geen recht op bijzondere bijstand. Aangenomen moet worden dat er in het kader van de AWBZ en Zvw een bewuste beslissing is genomen over de noodzakelijkheid van deze geneesmiddelen (zie CRvB 15-03-2011, nr. 09/3330 WWB). Artikel 15 WWB staat dan in beginsel aan toekenning van bijzondere bijstand in de weg. Voorbeelden van voorgeschreven geneesmiddelen die niet worden vergoed en niet voor bijstand in aanmerking komen: plantaardige geneesmiddelen (zie CRvB 03-07-2001, nrs. 00/1989 en 00/1993 NABW); homeopathische geneesmiddelen (zie CRvB 15-04-2003, nrs. 00/4276 NABW e.a. en CRvB 21-07-2009, nr. 06/6938 WWB); medicinale cannabis (zie CRvB 14-05-2002, nr. 00/4544 NABW en CRvB 02-03-2010, nr. 09/3458 WWB). Zie voor een voorbeeld waarin wel bijzondere bijstand mogelijk was voor medicinale cannabis op grond van zeer dringende redenen CRvB 28-07-2011, nrs 09/5890 e.a. Zelfzorgmiddelen De basisverzekering vergoedt zelfzorggeneesmiddelen (niet-receptplichtige geneesmiddelen) in het algemeen niet. Hierop zijn echter uitzonderingen voor patiënten die deze medicijnen langdurig gebruiken. Zij krijgen op grond van de Regeling zorgverzekering deze geneesmiddelen wel vergoed door de zorgverzekeraar. De zelfzorggeneesmiddelen die in het zorgverzekeringspakket zijn opgenomen voor mensen die deze chronisch gebruiken, zijn de volgende groepen zelfzorgmiddelen: middelen bij allergie middelen bij maagledigingsstoornissen middelen bij diarree kalktabletten laxeermiddelen middelen ter bescherming van de ogen tegen uitdroging (kunsttranen) Een chronische gebruiker is degene die het middel langer dan 6 maanden gebruikt. De arts schat van te voren in of het zelfzorggeneesmiddel langer dan 6 maanden moeten worden gebruikt. Op het recept van de arts staat dan ‘voor chronisch gebruik’ (CG) is. Alleen dan krijgt men deze medicijnen vergoed van de zorgverzering. Indien dit geneesmiddel voor de eerste keer aan de verzekerde wordt voorgeschreven, komt het niet voor vergoeding in aanmerking. Als de medicijnen bij een drogist of ergens anders worden gekocht, dan moet belanghebbende deze volledig zelf betalen. Belastingaangifte Geneesmiddelenkosten die belanghebbende niet vergoed krijgt, kan hij eventueel opvoeren als speci- fieke zorgkosten bij de belastingaangifte. Overgangsrecht In de praktijk wordt met regelmaat bijzondere bijstand verstrekt voor geneesmiddelen. Gelet op het vorenstaande dient de verstrekking stopgezet te worden. Daartoe wordt een overgangstermijn gehanteerd tot 1 januari 2013. Opgemerkt wordt, dat in afwijking hiervan toch bijstandsverlening mogelijk is indien en zolang, gelet op alle omstandigheden, daartoe zeer dringende redenen aanwezig zijn (artikel 16, eerste lid, WWB). Wel dient een medisch advies opgevraagd te worden om de noodzakelijkheid te bepalen als het geen zelfzorgmiddelen zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel