**1..** De Wmo 2015 draagt ertoe bij dat mensen ondersteund worden in hun maatschappelijke participatie (TK 2013-2014, 33 841, nr. 3, p. 52). Bij participatie gaat het om het deelnemen aan het maatschappelijke verkeer, dit wil zeggen dat iemand, ondanks zijn lichamelijke of geestelijke beperkingen, op gelijke voet met anderen in redelijke mate mensen kan ontmoeten, contacten kan onderhouden, boodschappen kan doen en aan maatschappelijke activiteiten kan deelnemen. Daarvoor is het ook een vereiste dat hij zich kan verplaatsen.
**2..** Er wordt gesproken over lokaal verplaatsen, waarbij gedacht moet worden aan verplaatsingen in een straal van 15 tot 20 kilometer rond de woning. Buiten dit gebied kan gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden van het bovenregionale vervoer (Valys), dat in opdracht van het ministerie van VWS beschikbaar is.
**3..** Het collectief vraagafhankelijk vervoer heeft prioriteit, zodat de keuze voor een pgb beperkt kan worden, mits het college rekening houdt met de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager.
**4..** Er wordt geen onbeperkte kosteloze vervoermogelijkheid aangeboden. Net als voor personen zonder beperkingen geldt, dient men voor het vervoer een bijdrage te betalen al dan niet in de vorm van een tarief.
**5..** Afwegingskader
Om voor een maatwerkvoorziening in aanmerking te komen zal het college eerst nagaan of in het gesprek, als dat heeft plaatsgevonden, alle voorliggende en algemeen gebruikelijke voorzieningen al zijn beoordeeld.
Als iemand gebruik kan maken van het openbaar vervoer, danwel het openbaar vervoer kan bereiken, dan is dit voorliggend. Het criterium “gebruik of het bereiken van het openbaar vervoer is onmogelijk” wordt als volgt ingevuld:
de persoon met beperkingen (hierna belanghebbende) is niet in staat om zich 800 meter of meer zelfstandig te verplaatsen, met of zonder loophulpmiddel;
belanghebbende kan de wachttijden bij de bushalte niet overbruggen; o of belanghebbende kan de instap in de bus niet maken;
of belanghebbende is niet in staat langere tijd te zitten of de beweging van de bus of de trein te doorstaan.
Naast lichamelijke beperkingen is het ook mogelijk dat iemand wegens psychische of psychosociale problemen niet in staat is met het openbaar vervoer te reizen. Om in dat geval in aanmerking te komen voor een vervoersvoorziening worden de volgende criteria gehanteerd:
de persoon moet onder behandeling zijn of zich onder behandeling stellen van een specialist of;
de persoon is al behandeld zonder dat dit tot een oplossing van de klachten heeft geleid.
Verder is het ontbreken van openbaar vervoer geen criterium of argument voor het verkrijgen van een vervoersvoorziening.
Als blijkt dat ondersteuning nodig is, zal eerst gekeken worden waar de vervoersbehoefte van de aanvrager/betrokkene uit bestaat. Aan de hand van deze vervoersbehoefte zal het college beoordelen of deze behoefte bij een persoon met een maximale loopafstand van 800 meter ingevuld kan worden met een systeem van collectief vraagafhankelijk vervoer. Hierbij houdt het college rekening met de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager/betrokkene.
**6..** Is er een indicatie voor het gebruik van het collectief vraagafhankelijk vervoer, dan kan men tegen een gereduceerd tarief reizen met de regiotaxi.
Met een systeem voor collectief vervoer of met een andere maatwerkvoorziening dient tenminste een afstand van 1500 - 2000 km per jaar te kunnen worden afgelegd. Indien daar aanleiding voor is, kan het college dit aantal ophogen. Bij dit aantal kilometers kan het gebruik van een andere, verstrekte, voorziening zoals een scootmobiel, meegenomen worden hetgeen invloed kan hebben op het aantal kilometers.
Iedere geïndiceerde reiziger mag één persoon laten meereizen. De meereizende reist samen met de geïndiceerde reiziger vanaf hetzelfde opstapadres naar dezelfde bestemming. Bij de reservering dient de reiziger dit al aan te geven. De meereizende betaalt dezelfde ritbijdrage als de geïndiceerde reiziger. Op basis van indicatie kan in enkele gevallen door het college meer dan één meereizende worden toegestaan.
Een geïndiceerde reiziger kan de indicatie ‘medische begeleider’ krijgen. Een indicatie voor een medisch begeleider wordt vastgesteld door het college. Een indicatie ‘medische begeleiding’ houdt in dat een reiziger door de aard van zijn/haar handicap tijdens de rit, wanneer nodig, begeleiding nodig heeft, die niet door de chauffeur geboden kan worden. Een reiziger met een indicatie ‘medische begeleiding’ moet zelf zorgen voor een (medisch) begeleider en mag niet zonder een dergelijke begeleider reizen. De medische begeleider is vrijgesteld van de betaling van een eigen ritbijdrage.
Bij personen met een loopafstand van minder dan 800 meter zal het college beoordelen of naast een voorziening als collectief vervoer ook nog een voorziening verstrekt moet worden voor de zeer korte afstand.
**7..** Indien collectief vervoer niet mogelijk is, kan het college een maatwerkvoorziening in de vorm van een voorziening in natura of een pgb te besteden aan vervoer verstrekken.
Het college kan een autoaanpassing verstrekken, in natura of in de vorm van een pgb. Het aanpassen van een auto kan aan de orde zijn als een cliënt geen gebruik kan maken van het collectief vervoer en een autoaanpassing de goedkoopst compenserende voorziening is om de beperkingen bij het verplaatsen te compenseren. Een autoaanpassing die als algemeen gebruikelijk kan worden aangemerkt, wordt niet verstrekt.
**8..** De autoaanpassing is alleen mogelijk als de auto is aan te passen, in goede staat verkeert en in beginsel niet ouder dan drie jaar is of nog vijf jaar mee kan.
**9..** De kosten van het plaatsen van de aanpassing in de eigen auto worden maximaal eenmaal in een periode van 5 jaar vergoed. Binnen deze periode wordt het overplaatsen van aanpassingen in een andere auto alleen vergoed wanneer is aangetoond dat vervanging van de (auto-)bus noodzakelijk was als gevolg van een gewijzigde medische of sociale situatie.
**10..** De autoaanpassingen worden verstrekt om het vervoer in de directe woonomgeving mogelijk te maken. Het voorzieningenniveau is daarop afgestemd. Dit betekent dat er geen aanpassingen worden verstrekt uitsluitend om het mogelijk te maken buiten de regio Twenterand te reizen.
**11..** De aanpassing aan de auto moet functioneel noodzakelijk zijn voor en niet algemeen gebruikelijk of standaard ingebouwd
**12..** Cliënt is zelf verantwoordelijk voor het afsluiten van een passende verzekering. Als er schade ontstaat aan niet verzekerde aanpassingen, verstrekt het college geen vervangende voorziening.
**13..** De aangepaste auto dient altijd beschikbaar te zijn voor de persoon waar de aanpassing voor is gedaan.
**14..** Bij een autoaanpassing werkt het college altijd met een programma van eisen, waarmee één (bij aanpassingen < € 5.000,--) of twee (bij aanpassingen vanaf € 5.000,--) offertes opgevraagd worden. Het college vraagt bij autoaanpassingen advies aan een externe adviesinstantie.
**15..** Kinderen tot 9 jaar hebben in het algemeen geen zelfstandige vervoersbehoefte. Zij kunnen met de ouders mee, al dan niet met het openbaar vervoer, zonder dat een voorziening wordt getroffen. Hierop wordt een uitzondering gemaakt als een kind gebruik moet maken van een speciale wandelwagen of rolstoel. Dan kan het zijn dat normaal openbaar vervoer niet kan. Mogelijk kan wel een aangepaste fiets of aangepaste autostoel worden verstrekt.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.7
Criteria maatwerkvoorziening vervoer maatschappelijke deelname
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Twenterand 2024